Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 5 augustus 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 23 juli 2024. De rechtbank beoordeelde het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
De wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen bedraagt zes maanden, wat in deze zaak zou eindigen op 23 januari 2025. Echter, vanwege het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium voor Syriërs, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, was de beslistermijn opgeschort en hervatte deze pas op 14 juni 2025. Hierdoor eindigde de beslistermijn op 23 juli 2025.
De ingebrekestelling werd op 8 juli 2025 ingediend, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens artikel 6:12, tweede lid, Awb kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Daarom oordeelde de rechtbank dat het beroep prematuur was en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 20 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur was ingediend tijdens het besluitmoratorium.