Eiser maakte bezwaar tegen een ROV-4 maatregel die het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op 1 juni 2025 aan hem oplegde, waarbij alle verstrekkingen voor een week werden ingetrokken. Deze maatregel volgde op een incident waarbij eiser een medebewoner zou hebben geslagen, wat lichamelijk letsel veroorzaakte.
De rechtbank heeft het procesdossier en het feitenonderzoek bestudeerd, waarin eiser en de buurman verschillende versies van het incident gaven. Eiser stelde dat hij uit zelfverdediging handelde na een woordenwisseling over geluidsoverlast, maar de buurman toonde foto’s van letsel en gaf aan dat eiser agressief had gehandeld. De rechtbank achtte het verslag van het feitenonderzoek en het bewijs van letsel overtuigend en concludeerde dat het gedrag van eiser een grote impact had.
De rechtbank oordeelde dat de opgelegde ROV-4 maatregel passend en proportioneel was, gelet op het maatregelenbeleid van het COA. Eiser had onvoldoende onderbouwd waarom de maatregel disproportioneel zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.