ECLI:NL:RBDHA:2026:9069
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige ordemaatregel tegen verkeersbesluit afsluiting straatdeel
Verzoekers hebben bij de voorzieningenrechter een verzoek ingediend om een voorlopige ordemaatregel te treffen die de uitvoering van een verkeersbesluit zou opschorten. Dit verkeersbesluit, genomen door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, bepaalt dat een deel van een straat wordt afgesloten voor autoverkeer. De voorlopige voorzieningenprocedure hangt samen met een beroep tegen een besluit op bezwaar.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist en er sprake is van ernstige of onherstelbare gevolgen. Verweerder heeft aangegeven dat de werkzaamheden vanaf 7 april 2026 zullen starten en dat deze werkzaamheden van voorbereidende aard zijn, zoals het verwijderen van tegels en trottoirbanden zonder zandafvoer. Tevens zal een ecoloog de situatie ter plaatse beoordelen met betrekking tot het broedseizoen.
Gezien deze toelichting acht de voorzieningenrechter het onvoldoende aannemelijk dat de werkzaamheden tijdens de voorlopige voorzieningenprocedure ernstige of onherstelbare gevolgen zullen veroorzaken. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige ordemaatregel afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige ordemaatregel tegen de uitvoering van het verkeersbesluit wordt afgewezen.