ECLI:NL:RBDHA:2026:9071

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
NL25.64119
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in asielprocedure

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij aan Kroatië wordt overgedragen voordat op zijn beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Het bestreden besluit van 30 december 2025 houdt in dat de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling neemt omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het beroep waarop het verzoek betrekking heeft inmiddels is behandeld in de hoofdzaak met zaaknummer NL25.64118. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.64119

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 30 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoeker heeft beroep (NL25.64118) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij niet aan Kroatië wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL25.64118 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Er is dan ook geen voorlopige voorziening meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 10 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.