ECLI:NL:RBDHA:2026:9071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in asielprocedure
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij aan Kroatië wordt overgedragen voordat op zijn beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Het bestreden besluit van 30 december 2025 houdt in dat de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling neemt omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het beroep waarop het verzoek betrekking heeft inmiddels is behandeld in de hoofdzaak met zaaknummer NL25.64118. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is behandeld.