Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil4. In geschil is of verweerder het verzoek om teruggaaf terecht heeft geweigerd.
PbEG1999, L 138) wordt ingeschreven in een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en als bewijs van die inschrijving door de bevoegde autoriteit een kentekenbewijs wordt afgegeven, met uitzondering van een kentekenbewijs dat is afgegeven op basis van een tijdelijke inschrijving van het motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van Pro die richtlijn. De teruggaaf wordt verleend aan degene op wiens naam het motorrijtuig was gesteld direct voorafgaand aan het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister.
- het motorrijtuig binnen 13 weken na het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister in de andere lidstaat van de EU of de EER is geregistreerd. Deze registratie voldoet aan richtlijn 1999/37/EG, m.u.v. een kentekenbewijs dat is afgegeven op basis van een tijdelijke inschrijving. (Art. 14a, lid 1 Wet)
- (…)
In de Memorie van Toelichting op de wijziging van artikel 10a Wet BPM per 1-1-2013 is vermeld dat wanneer de termijn van 13 weken wordt overschreden doordat het motorrijtuig niet tijdig geregistreerd kan worden in het andere EU- of EER-land, in dat geval de teruggaaf in beginsel ook daarna nog ambtshalve wordt verleend. Hiermee wordt gedoeld op die situaties waarin de registratietermijn in het andere EU/EER land langer duurt dan 13 weken.”