Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9072

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
AWB - 24 _ 8502
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992Art. 4a Uitvoeringsbesluit BpmRichtlijn 1999/37/EGWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering teruggaaf BPM wegens niet tijdige registratie na export auto

Eiseres heeft haar auto verkocht aan een Duitse autodealer en de registratie in het Nederlandse kentekenregister beëindigd. De auto werd later doorverkocht aan een Franse particulier en pas na meer dan 13 weken geregistreerd in Frankrijk. Eiseres verzocht om teruggaaf van BPM, maar verweerder weigerde dit omdat niet voldaan was aan de voorwaarde van tijdige registratie binnen 13 weken.

Eiseres stelde dat overmacht aan haar zijde lag omdat zij geen invloed had op de doorverkoop en registratie binnen de termijn. De rechtbank oordeelde dat overmacht alleen geldt voor vertragingen in het registratieproces zelf, niet voor het uit handen geven van invloed op doorverkoop en registratie. Daarom is de voorwaarde van tijdige registratie niet buiten toepassing.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de teruggaaf terecht is geweigerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek om teruggaaf BPM is terecht geweigerd omdat de auto niet binnen 13 weken na uitschrijving in Nederland in een ander EU-land is geregistreerd en overmacht niet van toepassing is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 24/8502

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 17 oktober 2023 verzocht om teruggaaf van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) wegens export.
Verweerder heeft deze teruggaaf bij beschikking van 17 januari 2024 geweigerd.
Eiseres heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 september 2024 het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2026.
Namens eiseres is [naam] verschenen. Namens verweerder zijn mr. [medewerker belastingdienst 1] en
mr. [medewerker belastingdienst 2] verschenen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om partijen de gelegenheid te geven een nadere zienswijze in te dienen. Partijen hebben ter zitting verklaard op voorhand af te zien van een nadere zitting.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Feiten
1. Eiseres heeft op 23 september 2024 een auto van het merk en type Porsche Macan S (de auto) aan een Duitse autodealer verkocht. Bij de verkoop zijn er geen afspraken gemaakt over (de wijze van) registratie in Duitsland of elders, en evenmin over de termijn waarbinnen de dealer de auto diende te hebben doorverkocht.
In verband met de verkoop is de auto naar Duitsland overgebracht en is op 26 september 2023 de registratie van de auto in het kentekenregister beëindigd. De Duitse dealer heeft de auto in zijn handelsvoorraad opgenomen.
De Duitse dealer heeft de auto op enig moment verkocht aan een Franse dealer, die de auto vervolgens aan een Franse particulier heeft doorverkocht. Op 13 februari 2024 is de auto in dier voege in Frankrijk geregistreerd, dat een voorlopig kentekenbewijs voor de auto is afgegeven.
2. Eiseres heeft op 17 oktober 2023 verzocht om teruggaaf van bpm als bedoeld in artikel 14a van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet Bpm) wegens export naar Duitsland. Eiseres heeft verzocht om een teruggaaf van € 10.707.
Verweerder heeft deze teruggaaf bij beschikking van 17 januari 2024 geweigerd, om de reden dat niet een bewijs van registratie in het buitenland met het verzoek was meegezonden.
3. Eiseres is tegen die weigering in bezwaar opgekomen. Bij uitspraak op bezwaar van 12 september 2024 heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard, om reden dat niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 4a van het Uitvoeringsbesluit Bpm dat de auto binnen 13 weken na uitschrijving uit het Nederlandse kentekenregister was geregistreerd in een andere lidstaat van de EU of EER.

Geschil4. In geschil is of verweerder het verzoek om teruggaaf terecht heeft geweigerd.

Beoordeling van het geschil
5. Artikel 14a van de Wet Bpm luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“1. Teruggaaf van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, op aanvraag verleend voor personenauto's, motorrijwielen en bestelauto's indien de tenaamstelling van het motorrijtuig in het kentekenregister komt te vervallen omdat het motorrijtuig buiten Nederland wordt gebracht, het motorrijtuig overeenkomstig Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (
PbEG1999, L 138) wordt ingeschreven in een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en als bewijs van die inschrijving door de bevoegde autoriteit een kentekenbewijs wordt afgegeven, met uitzondering van een kentekenbewijs dat is afgegeven op basis van een tijdelijke inschrijving van het motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van Pro die richtlijn. De teruggaaf wordt verleend aan degene op wiens naam het motorrijtuig was gesteld direct voorafgaand aan het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister.
(…)
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.”
Artikel 4a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Bpm bepaalt het volgende:
“De in artikel 14a, eerste lid, van de wet bedoelde teruggaaf wordt slechts verleend indien:
a. het motorrijtuig is gebracht naar de andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel de staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waar het motorrijtuig is ingeschreven en op het moment van het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister blijkens dit register niet wordt aangemerkt als motorrijtuig bestemd voor sloop of motorrijtuig dat wacht op keuring;
b. het motorrijtuig op het moment, bedoeld in onderdeel a, niet voldoet aan de definitie van schadevoertuig in de zin van de Regeling voertuigen en degene op wiens naam het motorrijtuig te naam was gesteld direct voorafgaand aan het vervallen van die tenaamstelling in het kentekenregister dit bij het verzoek, bedoeld in onderdeel c, verklaart;
c. het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken na het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister; en
d. bij het verzoek bescheiden worden overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig is ingeschreven in een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en, indien de inspecteur daarom verzoekt, bescheiden worden overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig naar die lidstaat, onderscheidenlijk die staat, is gebracht.”
6. In de Memorie van Toelichting behorende bij het wetsvoorstel ‘Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2013)’ [1] is over de 13 weken termijn het volgende opgenomen:
“Zoals hiervoor is opgemerkt moet het verzoek om teruggaaf binnen 13 weken na beëindiging van de registratie in Nederland of – voor een niet in Nederland geregistreerd voertuig – binnen 13 weken na de beëindiging van het gebruik in Nederland worden gedaan. Wanneer de termijn van 13 weken wordt overschreden doordat het motorrijtuig niet tijdig geregistreerd kan worden in het andere EU- of EER-land, wordt de teruggaaf in beginsel ook daarna nog ambtshalve verleend.”
7. De Belastingdienst heeft bij beslissing van 18 januari 2023 op een verzoek daartoe op basis van de Wet open overheid het standpunt met nummer KG-BPM-2016-150(3) van de Kennisgroep BPM vrijgegeven. Daarin is onder andere opgemerkt:
“Teruggaaf van BPM bij export waarbij het verzoek te laat is ingediend.
Casus: Een Nederlandse autohandelaar verkoopt gebruikte auto's aan een Duitse handelaar die de auto's vervolgens zonder registratie opneemt in zijn handelsvoorraad. De auto's worden niet binnen 13 weken op een regulier Duits kenteken duurzaam geregistreerd. Eerst nadat de registratie in Duitsland is voltooid, maar buiten de termijn van 13 weken, verzoekt de Nederlandse handelaar om teruggaaf van bpm.
Vraag: Hoe dient een verzoek om teruggaaf dat te laat is ingediend te worden beoordeeld?
Antwoord: Het te laat indienen van het verzoek om teruggaaf van bpm bij export is een formeel gebrek en resulteert in een niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Een ambtshalve beoordeling van het verzoek op de materiële vereisten kan echter alsnog resulteren in een teruggaaf als:
  • het motorrijtuig binnen 13 weken na het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister in de andere lidstaat van de EU of de EER is geregistreerd. Deze registratie voldoet aan richtlijn 1999/37/EG, m.u.v. een kentekenbewijs dat is afgegeven op basis van een tijdelijke inschrijving. (Art. 14a, lid 1 Wet)
  • (…)
Toelichting: (interne toelichting; maakt geen onderdeel uit van het antwoord).
De voorwaarde dat het verzoek om teruggaaf van BPM binnen de termijn van 13 weken na het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister moet zijn ingediend, in combinatie met het op dat moment overleggen van bescheiden waaruit de registratie in de andere lidstaat blijkt, impliceert dat ook binnen 13 weken sprake moet zijn van een voltooide registratie in de lidstaat waar het motorrijtuig naartoe is geëxporteerd. Dit vereiste wordt ook buiten de 13 weken termijn bij een ambtshalve beoordeling getoetst. (…)
Situatie van overmacht:
In de Memorie van Toelichting op de wijziging van artikel 10a Wet BPM per 1-1-2013 is vermeld dat wanneer de termijn van 13 weken wordt overschreden doordat het motorrijtuig niet tijdig geregistreerd kan worden in het andere EU- of EER-land, in dat geval de teruggaaf in beginsel ook daarna nog ambtshalve wordt verleend. Hiermee wordt gedoeld op die situaties waarin de registratietermijn in het andere EU/EER land langer duurt dan 13 weken.”
8. Onderdeel c van artikel 4a, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Bpm stelt als voorwaarde dat het verzoek om teruggave binnen 13 weken moet worden gedaan, terwijl letter d van dat artikellid bepaalt dat bij dat verzoek bescheiden moeten worden overgelegd waaruit blijkt van de registratie van de auto elders in de EU of EER. Blijkens de in r.o. 6 hiervoor geciteerde passage uit de memorie van toelichting spoort (het stellen van) deze voorwaarde met de bedoeling van de wetgever.
9. Buiten geschil is, dat niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat de auto binnen 13 wekken na de uitschrijving in Nederland in een ander EU- of EER-land is ingeschreven (hierna: de voorwaarde). In geschil is of die voorwaarde bij de omstandigheden van het geval buiten toepassing moet blijven.
10. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de voorwaarde haar niet kan worden tegengeworpen omdat sprake is van overmacht. Zij voert daartoe aan dat zij er geen invloed op had dat de auto pas na de 13-wekentermijn is doorverkocht en gedurende die tijd deel uitmaakte van de bedrijfsvoorraad van de Duitse dealer.
Het standpunt van verweerder is dat de omstandigheden van het geval niet aanleiding geven de voorwaarde buiten toepassing te laten.
11. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt en overweegt daartoe als volgt.
Overmacht betreft een van buiten komende omstandigheid. De overmacht waar de uitlatingen van de wetgever (r.o. 6) en de kennisgroep (r.o. 7) op zien, is de vertraging in het registratieproces als zodanig. Eiseres had in casu niet in haar macht dat de auto binnen 13 weken zou worden geregistreerd, maar dat komt doordat zij haar invloed op het moment waarop de auto aan een particulier werd (door)verkocht aan de Duitse dealer uit handen had gegeven. Dat is niet een van een van buiten komende omstandigheid die als overmacht kan gelden.
12. Gelet op het voorgaande heeft verweerder het verzoek om teruggaaf van Bpm terecht geweigerd. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.
Proceskosten
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Pelinck, rechter, in aanwezigheid van mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voetnoten

1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 403, nr. 3, p 28.