Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen Ziektewetuitkering toe te kennen. Zij stelde dat zij zich per 3 maart 2024 ziek wilde melden, maar per abuis 13 mei 2024 als eerste ziektedag had ingevuld. Tevens voerde zij aan dat ten onrechte geen hoorzitting was gehouden.
De rechtbank oordeelt dat eiseres op de eerste ziektedag, 13 mei 2024, geen WW-uitkering meer ontving en dat deze datum meer dan vier weken na het einde van haar WW-uitkering lag. Hierdoor was zij niet verzekerd voor de Ziektewet en kon het UWV de uitkering terecht weigeren. De rechtbank achtte geen aanleiding om de opgegeven datum anders te interpreteren of nader contact te zoeken.
Ook het verzoek om een hoorzitting faalde, omdat eiseres niet had gereageerd op het verzoek van het UWV om aan te geven of zij een hoorzitting wenste. De aanvullende stukken over haar psychische klachten sinds januari 2024 konden het oordeel niet wijzigen. Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.