ECLI:NL:RBDHA:2026:9094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wegens ontbreken acute noodsituatie
Eiseres, met een bijstandsuitkering en de diagnose idiopathische intracraniële hypertensie, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om bijzondere bijstand voor de kosten van medicinale cannabis. Deze aanvraag werd afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend bij zeer dringende redenen.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke neuroloog als deskundige die concludeerde dat het gebruik van medicinale cannabis vanuit medisch oogpunt niet wenselijk, noodzakelijk of onvermijdelijk is en dat het niet gebruiken ervan geen gezondheidsgevolgen heeft. De rechtbank achtte het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend.
Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat geen sprake is van een acute noodsituatie zoals vereist in artikel 16 van Pro de Participatiewet. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard, zij krijgt geen bijzondere bijstand en ook geen vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.C. Bannink en griffier H.J. Verspuij-Fung op 17 april 2026. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wordt bevestigd wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.