Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Op 15 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen eiseres en de minister van Asiel en Migratie. Eiseres had op 7 juli 2025 een verzoek ingediend voor tijdelijke bescherming, maar dit verzoek werd door de minister buiten behandeling gesteld. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld, maar de rechtbank heeft op basis van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Awb iedereen die beroep instelt, griffierecht moet betalen. De griffier had eiseres op 20 september 2025 een nota gestuurd met de mededeling dat het griffierecht binnen vier weken betaald moest worden. Eiseres heeft echter het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
Op 20 oktober 2025 ontving eiseres een herinnering tot betaling, maar ook deze termijn is verstreken zonder dat het griffierecht is voldaan. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen verschoonbare reden heeft gegeven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Hierdoor wordt het bestreden besluit van de minister in stand gelaten en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.