ECLI:NL:RBDHA:2026:911

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
AWB 25/16083
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 4:5 AwbRichtlijn 2001/55/EG
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij verzoek tijdelijke bescherming

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar verzoek om tijdelijke bescherming buiten behandeling te stellen. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.

De kern van het geschil betreft het niet betalen van het griffierecht. De griffier heeft eiseres via haar gemachtigde op 20 september 2025 een nota gestuurd met een betalingstermijn van vier weken. Na het uitblijven van betaling is op 20 oktober 2025 een herinnering verstuurd met wederom een termijn van vier weken. Ook na deze termijn is het griffierecht niet voldaan.

Eiseres heeft geen verschoonbare reden voor het niet betalen van het griffierecht gegeven. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/16083

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

[V-nummer] ,
( [gemachtigde] ),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG buiten behandeling gesteld. [1]
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. De griffier stelt op grond van artikel 8:41, vierde en vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dit betekent dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn moet zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verschoonbaar is.
2. De griffier heeft op 20 september 2025 een nota verstuurd aan het adres van de gemachtigde van eiseres, waarmee eiseres in de gelegenheid is gesteld het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van die brief te betalen. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald.
3. Bij aangetekende brief van 20 oktober 2025 is aan eiseres een herinnering tot betaling van het griffierecht verstuurd. Hiermee is eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken het griffierecht te betalen.
4. Het griffierecht is niet binnen de voornoemde termijn ontvangen door de rechtbank. Eiseres heeft geen verschoonbare reden gegeven voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 15 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 4:5, eerste lid en onder a en c, van de Alegemene wet bestuursrecht (Awb).