Eiser, een Somalische man, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder in Griekenland status had verkregen. Hij vreesde vervolging door Al-Shabaab en discriminatie vanwege zijn associatie met de Gaboye-stam. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de discriminatie niet zwaarwegend was en dat Bosaso als binnenlands beschermingsalternatief diende.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de discriminatie niet zwaarwegend was en waarom eiser zich in Bosaso zou kunnen vestigen, terwijl eiser aannemelijk had gemaakt dat hij ook daar risico loopt. Tevens was de beoordeling van het risico door Al-Shabaab onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het aanvullende besluit en droeg verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd. Het terugkeerbesluit werd niet beoordeeld omdat eiser internationale bescherming geniet in Griekenland.