Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende asielzoeker, werd op 17 januari 2026 staande gehouden en later in bewaring gesteld. Hij diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER. Nederland verzocht Oostenrijk om terugname van eiser op basis van de Dublinverordening, welke Oostenrijk accepteerde. Verweerder nam op 30 januari 2026 een overdrachtsbesluit.
Eiser voerde aan dat hij geen onderdaan van een derde land is vanwege zijn relatie met een Spaanse vrouw en dat hij een geldige verblijfstitel in Nederland heeft. Tevens stelde hij dat Spanje verantwoordelijk is voor zijn asielprocedure omdat hij illegaal via Spanje binnenkwam en geen asiel in Oostenrijk heeft aangevraagd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het overdrachtsbesluit nam. Uit Eurodac bleek dat eiser in Oostenrijk asiel heeft aangevraagd en dat Oostenrijk het verzoek tot terugname heeft geaccepteerd. Eiser bezit geen EU-nationaliteit en heeft geen geldige verblijfstitel, slechts een procedureel verblijfsrecht. De beroepsgronden faalden en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Oostenrijk blijft in stand.