ECLI:NL:RBDHA:2026:9190
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens ontbreken uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie
Eiseres, van Surinaamse nationaliteit, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest K.A., stellende een familierechtelijke relatie en uitzonderlijke afhankelijkheid van haar tante, een Nederlandse staatsburger. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de relatie en afhankelijkheid niet waren aangetoond.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiseres geen objectieve, gelegaliseerde documenten had overgelegd die de familieband en uitzonderlijke afhankelijkheid bevestigen. De psychische nood van de referente was niet onderbouwd en er was geen sprake van een situatie waarin de familieleden niet van elkaar gescheiden kunnen worden.
Eiseres voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, dat zij niet gehoord was, en dat het discriminatieverbod en diverse internationale bepalingen waren geschonden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen terecht was achterwege gelaten. Ook andere beroepsgronden werden verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter P.L.C.M. Ficq en griffier M.A.H. Gonera.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie.