Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaken tussen
[eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vereniging die godsdienstige activiteiten organiseert, heeft een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting over het vierde kwartaal 2022 ingediend, dat door de Belastingdienst is afgewezen. Tevens zijn naheffingsaanslagen en een verzuimboete opgelegd over de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023, met uitzondering van het vierde kwartaal 2022. Eiseres betwistte deze aanslagen en de beschikking, stellende dat zij ondernemer is voor de omzetbelasting en recht heeft op aftrek van voorbelasting.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als ondernemer belaste prestaties of voorbereidingshandelingen heeft verricht. Zij heeft onvoldoende inzicht gegeven in investeringsuitgaven en enkel flyers en een ongedateerd businessplan met omzetprognose overgelegd. Hierdoor is niet voldaan aan de bewijslast om recht op aftrek van voorbelasting aan te tonen.
De verzuimboete is terecht opgelegd omdat geen sprake is van afwezigheid van schuld of een pleitbaar standpunt. Ook is de belastingrente terecht in rekening gebracht. De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de naheffingsaanslagen en verzuimboete wegens onvoldoende bewijs van ondernemerschap en voorbelasting.