ECLI:NL:RBDHA:2026:9215

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
AWB - 24 _ 6323
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • K.B. Woe
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67c Algemene wet inzake rijksbelastingenBesluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing teruggaaf omzetbelasting wegens ontbreken ondernemerschap en voorbelasting

Eiseres, een vereniging die godsdienstige activiteiten organiseert, heeft een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting over het vierde kwartaal 2022 ingediend, dat door de Belastingdienst is afgewezen. Tevens zijn naheffingsaanslagen en een verzuimboete opgelegd over de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023, met uitzondering van het vierde kwartaal 2022. Eiseres betwistte deze aanslagen en de beschikking, stellende dat zij ondernemer is voor de omzetbelasting en recht heeft op aftrek van voorbelasting.

De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als ondernemer belaste prestaties of voorbereidingshandelingen heeft verricht. Zij heeft onvoldoende inzicht gegeven in investeringsuitgaven en enkel flyers en een ongedateerd businessplan met omzetprognose overgelegd. Hierdoor is niet voldaan aan de bewijslast om recht op aftrek van voorbelasting aan te tonen.

De verzuimboete is terecht opgelegd omdat geen sprake is van afwezigheid van schuld of een pleitbaar standpunt. Ook is de belastingrente terecht in rekening gebracht. De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de naheffingsaanslagen en verzuimboete wegens onvoldoende bewijs van ondernemerschap en voorbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 24/6323, SGR 24/9273 en SGR 24/9274

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaken tussen

[eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. N. Idrissi),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting over het tijdvak vierde kwartaal 2022 [1] van eiseres afgewezen middels een beschikking “geen teruggaaf” (de beschikking).
Verweerder heeft aan eiseres naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de periode 1 juli 2021 tot en met 30 september 2022 [2] en over de periode 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 [3] (de naheffingsaanslagen). Bij de naheffingsaanslagen is een verzuimboete opgelegd. Tevens is belastingrente in rekening gebracht.
Het bezwaar van eiseres tegen de beschikking is bij uitspraak op bezwaar van 5 juli 2024 door verweerder afgewezen. De bezwaren van eiseres tegen de naheffingsaanslagen zijn door verweerder bij uitspraken op bezwaar van 18 oktober 2024 eveneens afgewezen.
Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft verweerschriften ingediend.
Eiseres heeft voor de zitting een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2026.
Namens eiseres is gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [medewerker belastingdienst 1] en mr. [medewerker belastingdienst 2].

Overwegingen

Feiten
1. Eiseres is een vereniging. Zij heeft volgens haar statuten als doel het organiseren van godsdienstige en godsdienstig-culturele manifestaties en activiteiten. Eiseres beschikt over drie panden, waaronder het pand gelegen aan de [adres] te [plaats] dat fungeert als islamitisch centrum waarin religieuze activiteiten plaatsvinden.
2. Eiseres heeft conform de door haar gedane kwartaalaangiften in de periode 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023, met uitzondering van het tijdvak vierde kwartaal 2022, (geautomatiseerd) een teruggaaf omzetbelasting ontvangen van in totaal € 39.098.
3. Verweerder heeft eiseres verzocht om aanvullende informatie te verstrekken over de aangifte vierde kwartaal 2022. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. Verweerder heeft vervolgens geen teruggaaf verleend zoals vastgelegd in de beschikking gedagtekend 12 mei 2023.
4. Verweerder heeft eiseres geïnformeerd voornemens te zijn naheffingsaanslagen en verzuimboetes op te leggen over de periode 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023 (met uitzondering van het tijdvak vierde kwartaal 2022). Eiseres is in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen. Eiseres heeft niet inhoudelijk gereageerd. Met dagtekening 29 juni 2024 zijn de naheffingsaanslagen opgelegd naar de volgende bedragen:
Periode
Belasting
Verzuimboete
Rente
1 juli 2021 – 30 september 2022
€ 34.002
€ 3.400
€ 3.583
1 juli 2023 – 31 december 2023
€ 5.096
€ 509
€ 204
Totaal
€ 39.098
€ 3.909
€ 3.787
Geschil
5. In geschil is of de beschikking en de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Meer specifiek is in geschil of en in hoeverre eiseres recht heeft op aftrek van voorbelasting. Daarbij is in geschil of eiseres in de in geding zijnde tijdvakken als ondernemer voor de omzetbelasting dient te worden aangemerkt.
6. Eiseres stelt dat de beschikking en de naheffingsaanslagen ten onrechte zijn opgelegd. Meer specifiek stelt zij dat zij ondernemer is voor de omzetbelasting en dat recht bestaat op aftrek van voorbelasting.
7. Verweerder stelt dat de beschikking juist is vastgesteld en de naheffingsaanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Volgens verweerder kan eiseres niet worden aangemerkt als ondernemer voor de omzetbelasting omdat eiseres niet heeft aangetoond en met objectief verifieerbare gegevens heeft geconcretiseerd dat zij een economische activiteit heeft verricht. Subsidiair stelt verweerder dat niet is vast te stellen of en in hoeverre eiseres recht heeft op aftrek van voorbelasting.
Beoordeling van het geschil
8. Op eiseres rust de bewijslast om aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk te maken dat zij als ondernemer voor de omzetbelasting belaste prestaties heeft verricht of zal gaan verrichten en dat zij recht heeft op aftrek van daarmee verband houdende voorbelasting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aan de op haar rustende bewijslast voldaan. Eiseres heeft onvoldoende bewijsmiddelen met betrekking tot de door haar gestelde (toekomstige) belaste prestaties overgelegd. Eiseres heeft geen inzicht gegeven in de gestelde investeringsuitgaven, zoals welke uitgaven zijn gedaan en wanneer deze zijn gedaan, en in hoeverre deze toerekenbaar zouden zijn aan (voorgenomen) belastbare activiteiten. Zij heeft enkel een aantal flyers en een ongedateerd businessplan ingebracht met een omzetprognose voor het jaar 2025 ten aanzien van verschillende activiteiten. Zij heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat zij als ondernemer belaste prestaties of voorbereidingshandelingen daartoe heeft verricht en er voorbelasting is die verband houdt met verrichte of toekomstig te verrichten belaste prestaties. De beschikking en de naheffingsaanslagen zijn dan ook terecht opgelegd.
9. Op grond van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 24 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst, is een verzuimboete van 10% van de nageheven belasting opgelegd. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt. De verzuimboete is derhalve terecht opgelegd en de rechtbank acht deze ook overigens passend en geboden.
10. Eiseres heeft geen afzonderlijke beroepsgronden aangevoerd tegen de in rekening gebrachte belastingrente. Dat in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht rente in rekening is gebracht, is gesteld noch gebleken.
11. Gelet op al wat hiervoor is overwogen, dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.
Proceskosten
12. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.B. Woe, rechter, in aanwezigheid van H. Hovinga, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voetnoten

1.Zaaknummer SGR 24/6323.
2.Zaaknummer SGR 24/9273: in deze zaak is € 371 griffierecht betaald.
3.Zaaknummer SGR 24/9274.