Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. G. Cambier).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 1 februari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Algerijnse nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op basis van stukken beoordeeld.
De rechtbank overwoog dat de minister op 9 februari 2026 een aanvraag om afgifte van een laissez passer heeft ingediend bij de Algerijnse autoriteiten, waarbij een kopie van het paspoort van eiser is meegestuurd. De minister wacht op een origineel document uit Oostenrijk en heeft regelmatig rappelleringen gedaan bij de Algerijnse autoriteiten. Daarnaast heeft de minister getracht een vertrekgesprek te voeren, maar eiser toonde geen interesse.
De rechtbank benadrukte dat eiser de rechtsplicht heeft om Nederland te verlaten en dat hij actieve medewerking moet verlenen aan zijn uitzetting, wat tot op heden niet is gebleken. Gezien de verrichte uitzettingshandelingen oordeelt de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend handelt. De ambtshalve toetsing leidde tot de conclusie dat de maatregel van bewaring rechtmatig is gebleven.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.