ECLI:NL:RBDHA:2026:9231
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak familie en gezin
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel familie en gezin. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 16 januari 2026 af. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat er sprake was van spoedeisend belang omdat het bezwaar de uitzetting niet schort. De minister gaf aan zich niet te verzetten tegen het toewijzen van de voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek toegewezen en werd bepaald dat uitzetting achterwege blijft totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, inclusief het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor uitzetting wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.