ECLI:NL:RBDHA:2026:9249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is op 2 februari 2026 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt voort en eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren daarvan, met een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder op 11 februari 2026 de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment getoetst en geoordeeld dat deze rechtmatig was. Bij de beoordeling van het voortduren van de maatregel sinds die datum heeft de rechtbank vastgesteld dat er zicht is op uitzetting naar Algerije en dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door maandelijkse contacten met de Algerijnse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is geweest en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.