ECLI:NL:RBDHA:2026:9251
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- N. van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij is het niet eens met deze afwijzing en heeft tevens beroep ingesteld tegen het besluit.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 10 april 2026 behandeld, waarbij zowel de gemachtigden van verzoeker als de minister van Asiel en Migratie aanwezig waren. Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank ook uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker.
Omdat de rechtbank inmiddels een definitieve uitspraak heeft gedaan op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.