ECLI:NL:RBDHA:2026:9264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht vastgesteld ondanks ondeugdelijk taxatierapport
Eiser deed aangifte BPM voor een Jaguar F-type op basis van een taxatierapport dat een handelsinkoopwaarde in beschadigde staat van €6.550 vermeldde. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag op met een waarde van €51.119 zonder waardevermindering wegens schade. De rechtbank oordeelt dat het taxatierapport onbruikbaar is vanwege de tijdsverloop tussen taxatie en RDW-keuring, tegenstrijdige bevindingen en reparatie van de auto na taxatie.
De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en dat de belastingrente correct is berekend. Eiser heeft geen gegronde beroepsgronden tegen de rente aangevoerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Eiser verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert een overschrijding van ongeveer tien maanden, maar wijst de vergoeding af omdat het financiële belang minder dan €1.000 bedraagt en eiser zijn standpunten tegen beter weten in heeft ingenomen op basis van het ondeugdelijke taxatierapport.
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding af en veroordeelt eiser niet in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. Postema op 15 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.