ECLI:NL:RBDHA:2026:9281

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
NL25.35952
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • L.J. van der Veen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag van verzoeker, van Somalische nationaliteit. Verzoeker is het niet eens met deze niet-ontvankelijkverklaring en heeft daarom een voorlopige voorziening gevraagd en tevens beroep ingesteld.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 april 2026 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren. Ondanks het ontbreken van een tolk is het verzoek behandeld op verzoek van verzoeker en zijn gemachtigde.

Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.35951), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister op grond van artikel 6:22 Awb Pro in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor het indienen van het verzoekschrift, vastgesteld op € 934,-.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.J. van der Veen en griffier K.E. Mulder en is openbaar gemaakt op 16 april 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35952

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J. Kamphuis).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Een tolk is niet verschenen, maar verzoeker en zijn gemachtigde hebben verzocht her verzoek wel te behandelen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.35951, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
De voorzieningenrechter ziet, gelet op de toepassing van artikel 6:22 Awb Pro [1] in de beroepszaak, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in dit verband heeft gemaakt met het indienen van zijn verzoekschrift. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten vast op € 934,-. [2]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift.