Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 24 maart 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen. Dit omdat Zwitserland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting.
Gezien de uitspraak in een gelijktijdige zaak (zaaknummer NL26.16468) en het ontbreken van noodzaak voor een voorlopige voorziening, is het verzoek afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.