Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9331

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
11352166 \ RL EXPL 24-19030
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
EU-verordening 261/2004Art. 5 lid 3 EU-verordening 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering passagiers wegens vertraging vlucht door buitengewone omstandigheid

De Passagiers hadden een boeking voor vlucht OR 377 van Bonaire naar Amsterdam die met een vertraging van ruim vier uur werd uitgevoerd. Zij vorderden een vergoeding van € 600 per persoon op grond van EU-verordening 261/2004 wegens de vertraging.

TUI stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol in de zomer van 2022, waardoor lange wachtrijen ontstonden. Dit werd onderbouwd met verklaringen en nieuwsberichten. De rechtbank oordeelde dat dit inderdaad een buitengewone omstandigheid betrof waarop TUI zich kon beroepen.

Vervolgens beoordeelde de rechtbank of TUI redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te beperken. De kantonrechter vond dat TUI een afgewogen keuze had gemaakt door zoveel mogelijk passagiers af te wachten en de vluchtroute aan te passen, waardoor de vertraging beperkt bleef.

De vorderingen van de Passagiers werden daarom afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en op 21 april 2026 uitgesproken.

Uitkomst: De vorderingen van de passagiers worden afgewezen omdat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
NvE/c
Zaaknummer: 11352166 \ RL EXPL 24-19030
Vonnis van 21 april 2026
in de zaak van

1.[eisers sub 1],

2. [eisers sub 2],
beiden wonende te [woonplaats 1],
3. [eisers sub 3],
4. [eisers sub 4],
5. [eisers sub 5],

6. [eisers sub 6],

alle vier wonende te [woonplaats 2],

7. [eisers sub 7],

8. [eisers sub 8],

beiden wonende te [woonplaats 3],
gemachtigde: mr. R. Bos,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: de Passagiers,
tegen
TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI),
gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 augustus 2024 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met producties,
- de conclusie van dupliek,
- de akte uitlating producties van de zijde van TUI.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De Passagiers hadden voor 12 september 2022 een boeking voor vlucht OR 377 van TUI van Bonaire Flamingo International Airport naar Amsterdam Schiphol Airport. Deze vlucht maakt onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam.
2.2.
Vlucht OR 377 is door TUI met een vertraging van 4 uur en 17 minuten uitgevoerd.

3.Het geschil

3.1.
De Passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 4.085,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
De Passagiers leggen aan hun vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, hen recht geven op een vergoeding van € 600,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van hun vlucht van Bonaire naar Amsterdam. Het vertragen van een vlucht om economische redenen is geen buitengewone omstandigheid. Omdat betaling uitbleef hebben de Passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 485,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd.
3.3.
TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Passagiers in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Buitengewone omstandigheid
4.1.
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
4.2.
Niet in geschil is dat de Passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de Passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid.
4.3.
Anders dan de passagiers hebben gesteld is de kantonrechter van oordeel dat TUI voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van het betreffende vliegtuig was gelegen in de lange wachtrijen op de luchthaven Schiphol in de zomer van 2022, die het gevolg waren van een ernstig tekort aan beveiligingspersoneel. Dit blijkt uit de overgelegde verklaring van 17 september 2022 van de Station Operation Coördinator en de nieuwsberichten die over de lange wachtrijen zijn uitgebracht. Het gevolg was dat er lange wachtrijen voor de veiligheidscontrole ontstonden, wachtrijen die zich zelfs tot ver buiten het luchthavengebouw van Schiphol uitstrekten. TUI heeft vervolgens besloten het boarden uit te stellen en te wachten op de passagiers. Drie uur na het geplande vertrek van de vlucht, had de helft van de Passagiers zich nog niet gemeld. Om de Passagiers als nog in de gelegenheid te stellen hun vlucht te halen is de route van de vlucht gewijzigd. Omdat de luchthaven van Bonaire niet 24 uur per dag open is, is besloten daar eerst heen te vliegen en dan pas naar Curaçao. Uiteindelijk moest de vlucht wel vertrekken omdat als TUI nog langer zou wachten, de bemanning uit de uren zou lopen. TUI heeft uiteindelijk niet op alle passagiers gewacht, maar is met een vertraging van 4 uur en 54 minuten vertrokken. Deze vertraging heeft het vliegtuig niet meer kunnen inlopen. Weliswaar had Schiphol voor de maanden juni, juli en augustus 2022 nog gevraagd om vluchten te annuleren, maar voor de maand september 2022 waren geen beperkingen opgelegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het ontbreken van voldoende beveiligingspersoneel op de luchthaven Schiphol ten tijde van de betreffende vlucht OR 377 op 12 september 2022 als een buitengewone omstandigheid is aan te merken, waarop TUI zich kan beroepen. Het tekort aan beveiligingspersoneel was een uitzonderlijk gevolg van een uitzonderlijke situatie (de corona-epidemie) en staat in een zodanig ver verwijderd verband van de normale situatie, dat een luchthaven wel over voldoende beveiligingspersoneel beschikt, dat een en ander niet meer als inherent aan de uitoefening van het luchtvaartbedrijf is aan te merken. Vast staat dat TUI geen invloed kon uitoefenen op de wachtrijen op Schiphol en dat zij heeft geprobeerd de vlucht zo snel mogelijk uit te voeren.
4.4.
De stelling van de Passagiers dat het vliegtuig in de dagen voorafgaand aan de vlucht van 12 september 2022 continu te laat was kan buiten beschouwing blijven, omdat niet gesteld of onderbouwd is dat het vliegtuig op 12 september 2022 vertraagd was door een te laat binnenkomende vlucht. Bovendien heeft TUI dit betwist en gesteld dat het vliegtuig tijdig gereed stond.
Redelijke maatregelen getroffen
4.5.
Omdat sprake is van een buitengewone omstandigheid heeft de kantonrechter vervolgens te beoordelen of TUI redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging voor de passagiers te beperken. De kantonrechter volgt de Passagiers niet in hun betoog dat de keuze van TUI om te wachten op de passagiers (in Amsterdam) een beslissing van de luchtvaartmaatschappij is en zij daarom invloed kon uitoefenen op de vertraging. Hoewel de Passagiers op Bonaire tijdig aanwezig waren, althans konden zijn, voor hun (terug)vlucht bestond die mogelijkheid er niet voor de passagiers voor de heenvlucht (Amsterdam – Bonaire / Curaçao). Met TUI is de kantonrechter van oordeel dat in de gegeven omstandigheden op Schiphol het tijdig vertrekken vanuit Amsterdam boven het belang van de passagiers om vervoerd te kunnen worden, indruist tegen de doelstellingen van de Verordening, namelijk het bieden van een hoog niveau van consumentenbescherming. TUI moest een keuze maken tussen vertrekken met een nagenoeg leeg vliegtuig en met achterlating van een zeker aantal passagiers (die dan later alsnog vervoerd zouden moeten worden), waarbij de bagage van deze passagiers niettemin uit het ruim verwijderd moest worden (hetgeen ook tijd in beslag neemt), terwijl TUI ook rekening diende te houden met de passagiers van de terugvlucht van de betreffende rotatievlucht. In dit geval heeft TUI een afgewogen keuze gemaakt door zoveel mogelijk op missende passagiers te wachten en vervolgens de rotatievlucht zodanig uit te voeren dat ook voor de passagiers met bestemming Bonaire en Curaçao, alsmede voor de passagiers op de retourvlucht naar Amsterdam de vertraging beperkt bleef tot slechts iets meer dan 5 uur.
4.6.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen en de nevenvorderingen van de Passagiers zullen worden afgewezen.
4.7.
De Passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TUI worden begroot op:
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
720,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van de Passagiers af,
5.2.
veroordeelt de Passagiers in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de Passagiers niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.