ECLI:NL:RBDHA:2026:9355
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in geschil over letsel bij glasvezelwerkzaamheden
De zaak betreft een geschil tussen twee zelfstandig ondernemers die betrokken waren bij glasvezelwerkzaamheden in Delft. Tijdens deze werkzaamheden liep verzoeker een voetletsel op, waarna de verzekeraar van verweerder aansprakelijkheid weigerde vanwege uiteenlopende versies van het ongeval.
Verzoeker vroeg de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen om de feiten omtrent het ongeval te verduidelijken, met het oog op een toekomstige bodemprocedure. Verweerder verzette zich alleen tegen het horen van één getuige, stellende dat deze geen eigen waarneming had van het ongeval.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek voldeed aan de wettelijke vereisten van artikel 196 Rv Pro en dat het belang van verzoeker bij het horen van de betreffende getuige voldoende was aangetoond. Het verzoek werd daarom toegewezen, waarbij praktische afspraken over de planning van het verhoor werden gemaakt.
De beschikking werd op 13 maart 2026 uitgesproken door mr. H.J. Vetter en bepaalt onder meer dat verzoeker binnen twee weken een afschrift van de beschikking aan verweerder moet doen toekomen en dat partijen hun verhinderdata moeten opgeven.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen om de toedracht van het voetletsel te onderzoeken.