Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9357

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
C/09/675612 / HA RK 24-608
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening benoeming tijdelijk voorzitter bestuur Stichting na moeizame bestuursverhouding

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot ontslag van bestuurders van een Stichting en de benoeming van een tijdelijk voorzitter. Na een onderzoek door mr. Gielen, die suggesties deed voor statutenwijziging, reductie van bestuursleden en verjonging van het bestuur, kwamen partijen overeen dat de voorgestelde maatregelen het bestuur zouden verbeteren.

De rechtbank benoemde [verweerder 4] tot tijdelijk voorzitter met exclusieve bevoegdheid om de Stichting te vertegenwoordigen en bestuursbesluiten te controleren. Deze voorziening verving een eerdere voorlopige voorziening uit februari 2025. [Verweerder 4] kreeg de opdracht om in overleg met een notaris de statuten te herzien en een nieuw bestuursmodel voor te bereiden.

Partijen onderschreven het belang van een goed functionerend bestuur, transparantie en zorgvuldigheid. De procedure werd pro forma aangehouden tot 2 juli 2026, in afwachting van een rapportage van de tijdelijk voorzitter over de voortgang en instemming van betrokkenen met de voorstellen.

Indien consensus ontbreekt, zal de rechtbank een nieuwe mondelinge behandeling plannen om verdere stappen te bepalen. De rechtbank benadrukte het vertrouwen in [verweerder 4] om het bestuur te hervormen en de impasse te doorbreken.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een tijdelijk voorzitter met exclusieve bevoegdheid om het bestuur te reorganiseren en houdt de procedure aan in afwachting van een rapportage.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/675612 / HA RK 24-608
Beschikking van 3 april 2026
in de zaak van

1.[verzoeker 1] te [woonplaats 1] ,

2.
[verzoeker 2]te [woonplaats 1] ,
3.
[verzoeker 3]te [woonplaats 1] ,
4.
[verzoeker 4]te [woonplaats 1] ,
verzoekers,
hierna te noemen: [verzoekers] c.s.,
advocaat mr. H.F.C. Hoogendoorn,
tegen

1.[verweerder 1] , te [woonplaats 2] ,

2.
[verweerder 2], te [woonplaats 1] ,
3.
[verweerder 3], te [woonplaats 2] ,
4.
[verweerder 4], te [woonplaats 2] ,
5.
[verweerder 5], te [woonplaats 1] ,
6.
[verweerder 6], te [woonplaats 2] ,
verweerders,
hierna te noemen: [verweerders] c.s.,
advocaat mr. L.T Lonis,
en

1.STICHTING PAKISTAN ISLAMIC AND CULTURE CENTRE, te Den Haag,

2.
[belanghebbende], woonplaats onbekend,
belanghebbenden,
hierna te noemen: de Stichting en [belanghebbende] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de beschikking van 25 februari 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de beschikking van 16 juni 2025;
  • het onderzoeksverslag van mr. Gielen van 1 december 2025, met bijlage 1 tot en met 6;
  • de e-mail van mr. Hoogendoorn van 4 december 2025, met bijlage;
  • de e-mail van mr. Lonis van 9 december 2025.
1.2.
Op 12 maart 2026 is de mondelinge behandeling voortgezet ter bespreking van het vervolg in deze zaak nadat de onderzoeker op 1 december 2025 haar rapportage aan de rechtbank en partijen had toegezonden. Hierbij waren aanwezig:
  • [verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 4] , bijgestaan door mr. Hoogendoorn;
  • [verweerder 1] , [verweerder 2] , [verweerder 3] , [verweerder 4] en [verweerder 5] , bijgestaan door mr. Lonis;
  • mr. Gielen.

2.De bevindingen van de onderzoeker

2.1.
Mr. Gielen heeft in opdracht van de rechtbank een onderzoek verricht naar de oorzaken van de moeizame verhouding in het bestuur van de Stichting. Zij heeft suggesties gedaan voor maatregelen die kunnen leiden tot verbetering van de moeizame gang van zaken in het bestuur. Het gaat om de volgende maatregelen:
  • Het herzien van de statuten en deze "Wet Bestuur en Toezicht­compliant" maken.
  • Het terugbrengen van het aantal bestuursleden naar drie tot maximaal vijf, met een zittingsperiode van vier jaar en éénmalige herbenoeming voor vier jaar.
  • Het opstellen van een nieuw aftreedrooster, waarbij de huidige bestuurders dienen akkoord te gaan met hun (versneld) opvolgend aftreden.
  • Het bestuur en de Stichting verjongen en laten "los komen" van de oudere generatie.
  • Benoeming van [verweerder 4] ( [verweerder 4] ) als (tijdelijk) voorzitter, onder toekenning van een doorslaggevende stem in het bestuur en een zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid, eventueel onder gelijktijdig ontslag van de heren [verweerder 1] en [verweerder 3] .

3.De verdere beoordeling

Partijen hebben dezelfde wensen voor het toekomstige bestuur

3.1.
Tijdens de voortzetting van de behandeling op 12 maart 2026 zijn de aanbevelingen van mr. Gielen met partijen, in aanwezigheid en met een nadere toelichting van mr. Gielen, besproken. Daarbij is gebleken dat alle betrokkenen zich kunnen vinden in de opzet die mr. Gielen voorstelt en in de door haar voorgestelde maatregelen. Zij streven naar een situatie waarin de Stichting een goedwerkend bestuur kent dat niet wordt gehinderd door onderlinge twist. Zij onderschrijven zonder uitzondering het belang dat het bestuur conform de statuten handelt, zorgvuldig omgaat met de financiën van de Stichting en daarbij transparantie wordt betracht.
Nieuwe voorlopige voorziening: [verweerder 4] wordt tijdelijk voorzitter
3.2.
Alle betrokken partijen hebben het vertrouwen uitgesproken dat [verweerder 4] in staat is om het tij in het bestuur van de Stichting te keren. Ook [verweerder 4] heeft desgevraagd bevestigd deze verantwoordelijkheid op zich te kunnen en willen nemen. Omdat beide ‘kampen’ vertegenwoordigd in het bestuur vertrouwen hebben in [verweerder 4] zal de rechtbank hem bij wijze van nieuwe voorlopige voorziening tot tijdelijk voorzitter van het bestuur van de Stichting benoemen. De voorlopige voorziening uit de beschikking van 25 februari 2025 komt te vervallen. Het is van belang dat [verweerder 4] de ruimte krijgt om de door mr. Gielen aanbevolen stappen voor te bereiden. Het gaat er daarbij dus met name om dat [verweerder 4] in overleg met een door hem namens de Stichting te kiezen notaris een statutenwijziging voorbereidt waarin de breed gedragen aanbevelingen van mr. Gielen gestalte krijgen, en hij een goede en door beide ‘kampen’ ondersteunde samenstelling van het bestuur, de in te stellen raad van advies (geen toezichthoudend, maar een adviserend orgaan) en een kascommissie voorbereidt. Voor bestuursleden dient een maximumbenoemingstermijn te worden bepaald met een eenmalige mogelijkheid tot herbenoeming voor dezelfde duur.
De rechtbank zal bepalen dat [verweerder 4] voor de duur van dit geding (exclusief) voorzitter is van het bestuur, dat geen besluiten door het bestuur kunnen worden genomen zonder zijn instemming, terwijl voorts [verweerder 4] voor de duur van dit geding exclusief bevoegd is de Stichting te vertegenwoordigen.
3.3.
[verweerder 4] dient de opgestelde conceptstatuten en het conceptvoorstel voor de bemensing van het bestuur, de raad van advies en de kascommissie af te stemmen met alle betrokkenen in deze procedure. Wanneer dat is gedaan, rapporteert [verweerder 4] hierover aan de rechtbank. Daarbij dient hij te vermelden of alle betrokkenen instemmen met de voorstellen en of [verweerder 4] in staat is om deze zonder verdere bijstand van de rechtbank te realiseren. Als dat het geval is, zal de rechtbank de voorlopige voorziening doen eindigen per een nader te bepalen tijdstip. Zouden echter niet alle betrokkenen instemmen met de voorstellen zoals [verweerder 4] die heeft opgesteld, dan rapporteert hij daarover met een aanduiding welke impasses er nog bestaan. In dat geval zal de rechtbank daarna een nieuwe mondelinge behandeling bepalen om deze voorstellen te bespreken met alle betrokkenen, bezien of alsnog een oplossing in der minne te bereiken valt, en zo nog nodig daarna te beslissen. Gelet op de eenstemmigheid van alle betrokkenen neemt de rechtbank aan dat ingrijpen van de rechtbank niet (meer) nodig zal zijn.
De procedure wordt aangehouden in afwachting van het rapport van [verweerder 4]
3.4.
De rechtbank zal de procedure drie maanden (pro forma) aanhouden in afwachting van de rapportage van [verweerder 4] , waarvan in ieder geval deel uitmaakt:
  • een conceptakte statutenwijziging,
  • een voorstel voor de samenstelling van het bestuur met een rooster van aftreden voor de periode nadat de statuten zijn gewijzigd, en een bereidverklaring af te treden van die huidige bestuurders die na de statutenwijziging geen bestuurder meer zullen zijn;
  • een voorstel voor de samenstelling van de raad van advies en de kascommissie, dadelijk na de statutenwijziging te benoemen door het bevoegde orgaan.
Mocht [verweerder 4] onverhoopt meer tijd nodig hebben, dan kan hij dit aan de rechtbank kenbaar maken.
4. De beslissing
De rechtbank
4.1.
bepaalt dat de voorlopige voorziening uit de beschikking van 25 februari 2025 komt te vervallen;
4.2.
benoemt [verweerder 4] per direct tot (enig) tijdelijk voorzitter van het bestuur van de Stichting en bepaalt dat voor de duur van dit geding:
  • bestuursbesluiten alleen genomen kunnen worden met instemming van [verweerder 4] ;
  • [verweerder 4] exclusief (en zelfstandig) bevoegd is de Stichting te vertegenwoordigen;
4.3.
draagt [verweerder 4] op te rapporteren aan de rechtbank over hetgeen hiervoor in 3.3 en 3.4 is omschreven;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan, en bepaalt dat de procedure pro forma wordt aangehouden tot donderdag 2 juli 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.
2184