Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een scootmobiel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, na een rugoperatie in augustus 2025. Verweerder heeft deze aanvraag op 23 december 2025 afgewezen, waarna verzoekster bezwaar maakte en vervolgens een voorlopige voorziening verzocht bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoekster niet in een acute medische nood verkeert. Uit het onderzoek van verweerder blijkt dat verzoekster na haar operatie revalidatie heeft gehad en inmiddels fysiotherapie volgt, waarbij zij korte afstanden met een rollator kan afleggen. Alternatieve vervoersmogelijkheden zijn haar ook aangeboden.
Omdat er geen spoedeisend belang is en het besluit niet evident onrechtmatig is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.