ECLI:NL:RBDHA:2026:9373
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening medische zorg in Italië op grond van Zvw
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit dat hij per 28 mei 2025 recht heeft op medische zorg in Italië ten laste van Nederland op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk ongegrond is.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen spoedeisend belang is. Hoewel verzoeker stelt dat de verdragsbijdrage reeds wordt geïnd en hij deze financiële last wil voorkomen, is nog geen betalingsverplichting opgelegd en is niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker in acute financiële nood verkeert. Daarnaast is er nog geen definitieve jaarrekening vastgesteld.
Verder is niet gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Verweerder heeft uitvoerig gemotiveerd waarom verzoeker verdragsgerechtigd is. Het geschil zal in de bodemprocedure worden beoordeeld. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid, wordt het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter C.J. Waterbolk op 13 maart 2026 en bindt de rechtbank niet in een eventuele bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.