Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
de Sociale Verzekeringsbank (SVB), verweerder
Inleiding
- voor zover hier van belang - de AIO-aanvulling van eiseres en haar [partner] ingetrokken over de perioden van 9 december 2019 tot en met 13 december 2019, van 23 december 2021 tot en met 23 februari 2022 en van 7 december 2022 tot en met
6 februari 2023. Bij besluit van 24 oktober 2023 (hierna: primair besluit 2) heeft verweerder € 2.816,24 teruggevorderd.
Totstandkoming van het bestreden besluit
- Bij brief van 14 november 2017 heeft de SVB naar aanleiding van een telefonische opgave over verblijf in het buitenland, bericht dat de partner maximaal 13 weken buiten Nederland mag verblijven omdat hij de AOW-leeftijd heeft bereikt en dat voor eiseres, die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, een periode van maximaal 4 weken geldt. Ook staat in die brief met betrekking tot de vraag “wat als u toch langer buiten Nederland verblijft?” dat het recht op AIO-aanvulling stopt na het verstrijken van de periode van 13 weken (de partner) en dat het recht van eiseres stopt na een periode van 4 weken.
- De partner had in 2017 opgegeven in het buitenland te zijn van 12 februari 2017 tot 12 maart 2017 en van 12 november 2017 tot en met 31 december 2017. Eiseres had in 2017 opgegeven van 12 november 2017 tot en met 9 december 2017 in het buitenland te zijn.
- Bij brief van 18 december 2017 heeft de SVB dezelfde informatie over het verblijf buiten Nederland gegeven als bij brief van 14 november 2017.
- Bij brief van 9 mei 2018 heeft de SVB aan de partner een brief gestuurd met - voor zover hier van belang - dezelfde tekst als in de brief van 11 mei 2017 staat.
- Eiseres heeft op 12 oktober 2018 telefonisch aan een medewerker van de SVB opgave gedaan van haar verblijf buiten Nederland van 24 oktober 2018 tot en met 16 november 2018. Bij brief van 16 oktober 2018 heeft de SVB aan eiseres deze opgave bevestigd en bericht dat dit verblijf geen gevolgen heeft voor haar AIO-aanvulling en wanneer zij langer weg blijft, dit wel gevolgen kan hebben. Ook staat in de brief dat zij maximaal 13 weken buiten Nederland mag verblijven.
- Bij brief van 9 mei 2019 heeft de SVB aan de partner een brief gestuurd met - voor zover hier van belang - over verblijf buiten Nederland vergelijkbare tekst als in de brieven van 11 mei 2017 en 9 mei 2018.
- Op 21 augustus 2019 heeft de partner telefonisch aan een medewerker van de SVB opgave gedaan van zijn verblijf in [land] van 15 september 2019 tot 13 december 2019. Over deze periode heeft de SVB bij brief van 23 augustus 2019 bericht dat dit geen gevolgen heeft voor de AIO-aanvulling van de partner.
- Op 29 oktober 2019 heeft eiseres telefonisch een SVB-medewerker geïnformeerd over haar vakantie in [land] van 19 november 2019 tot 13 december 2019. Deze opgave heeft de SVB bij brief van 31 oktober 2019 bevestigd en daarbij opgemerkt dat dit verblijf geen gevolgen heeft voor de AIO-aanvulling van eiseres. Ook staat in deze brief dat eiseres maximaal 4 weken per jaar buiten Nederland mag verblijven en dat haar recht op AIO-aanvulling eindigt als haar verblijf buiten Nederland in een kalenderjaar in totaal langer is dan 4 weken. Na het verstrijken van de periode van 4 weken stopt, zo staat in de brief, haar recht op AIO-aanvulling.
- Uit de paspoortstempels blijkt - zo staat in de handhavingsrapportage - dat eiseres op 10 november 2019 is vertrokken en net als de partner op 13 december 2019 is teruggekeerd in Nederland.
- Op 27 oktober 2021 heeft de partner een SVB-medewerker telefonisch geïnformeerd dat hij van 24 november 2021 tot 20 februari 2022 naar [land] zou gaan zonder eiseres. Bij brief van 29 oktober 2021 heeft de SVB deze opgave bevestigd en meegedeeld dat dit verblijf geen gevolgen heeft voor de AIO-uitkering.
- Volgens paspoortstempel is eiseres van 24 november 2021 tot en met 23 februari 2022, de datum waarop zij met partner terugkeerde, in [land] geweest.
- Op 17 oktober 2022 heeft eiseres een SVB-medewerker telefonisch geïnformeerd dat zij en de partner van 28 november 2022 tot en met 23 december 2022 naar [land] gaan. Bij brief van 19 oktober 2022 heeft de SVB deze opgave aan eiseres en de partner bevestigd en daarbij opgemerkt dat dit verblijf buiten Nederland geen gevolgen heeft voor de AIO-uitkering. In deze brief staat verder dat de partner 13 weken en eiseres maximaal 4 weken buiten Nederland met behoud van AIO-aanvulling mag verblijven.
- Volgens paspoortstempel is eiseres van 8 november 2022 tot en met 6 februari 2023 in [land] verbleven. Net als de partner, zo staat in het handhavingsrapport.
Beoordeling door de rechtbank
Wat vindt eiseres?
.
Periode 2022/2023
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2026.