Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[gedaagde 1] B.V.te [vestigingsplaats] ,
2.2. [gedaagde 2] te [woonplaats],
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 20 juni 2025, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2], met producties 1 tot en met 4;
- de akte vermindering van eis van Heineken met één nadere productie (8, aanvankelijk abusievelijk genummerd als productie 7);
- nog een nadere productie 9 en een productieoverzicht van Heineken;
- de akte houdende overlegging producties 5 en 6 van [gedaagde 2];
- de akte houdende overlegging productie 7 van [gedaagde 2].
- de akte uitlaten met productie 10 van Heineken;
- de antwoordakte uitlaten van [gedaagde 2].
3.De feiten
€ 2.500, waarna over een betalingsregeling kan worden gesproken. [gedaagde 2] heeft geen inkomsten/uitgaven formulier ingevuld en geen aanbetaling gedaan.
- over de jaren 2018-2022: € 24.318,58,
- over de jaren 2023 en 2024: € 14.314,31, en
- over het jaar 2025: € 7.031,31,
4.Het geschil
5.De beoordeling
- hoofdsom overeenkomst I € 80.000,-- (renteloos)
- hoofdsom overeenkomst II € 98.658,75 (rente 8% per jaar)
- hoofdsom overeenkomst III € 15.626,25 (rente 8% per jaar)
- rentevordering overeenkomst II en III € 27.942,99 (tot 18 april 2025)
- /- bonussen 2018 tot en met 2025 € 45.664,20
- buitengerechtelijke incassokosten € 2.401,83 (over € 162.683,42)