Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9405

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
NL25.15668
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArt. 8 EVRMArt. 8:68 AwbArt. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing mvv-aanvraag jongvolwassene wegens onvoldoende motivering

Eiseres, een jongvolwassene met de Egyptische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een mvv om bij haar moeder in Nederland te verblijven. Haar moeder en broertje kregen hun aanvragen toegewezen, maar haar eigen aanvraag werd afgewezen door de minister. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat eiseres en haar moeder samenwoonden in Egypte en dat eiseres niet in haar eigen onderhoud kon voorzien, mede door overmakingen van de stiefvader.

De minister voerde aan dat de samenwoning niet aannemelijk was en dat eiseres haar eigen financiën regelde, wat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd vond. De rechtbank oordeelde dat de minister niet had aangetoond dat eiseres niet voldeed aan de criteria van het jongvolwassenenbeleid, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en gaf de minister zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij beslissingen over gezinsleven en verblijf.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15668
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.N. Arikan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (hierna: de minister)

(gemachtigde: mr. K. Wouda).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een mvv [1] onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon 1] ’ (de moeder van eiseres) op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. [2]
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de moeder van eiseres, de stiefvader van eiseres, het broertje van eiseres en J. Labban als tolk in de Arabische taal. De gemachtigde van de minister heeft zich afgemeld voorafgaand aan de zitting.
1.2.
De rechtbank heeft nadat het onderzoek op de zitting was gesloten, aanleiding gezien voor heropening van het onderzoek op grond van artikel 8:68 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op 18 december 2025 heeft de rechtbank via een heropeningsbeslissing partijen hiervan in kennis gesteld.
1.3.
Op 11 februari 2026 heeft de rechtbank partijen verzocht om toestemming om het onderzoek te sluiten zonder nadere zitting. Partijen hebben hiervoor toestemming gegeven, waarna het onderzoek is op 11 maart 2026 gesloten.

Procesverloop

2.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een mvv. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 17 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft gereageerd met een verweerschrift.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond
3. Eisers en haar moeder en hebben de Egyptische nationaliteit en verbleven gezamenlijk met het broertje van eiseres in Egypte. Eiseres en haar moeder hebben de aanvragen voor een mvv tegelijkertijd ingediend. De aanvragen van de moeder en het broertje van eiseres zijn ingewilligd. De aanvraag van eiseres werd afgewezen. Omdat na ophalen van een mvv binnen drie maanden moet worden ingereisd, zijn de moeder en het broertje binnen deze termijn naar Nederland vertrokken. Eiseres is toen alleen achtergebleven in Egypte. In Nederland verblijven de moeder en het broertje van eiseres bij de stiefvader, [persoon 2] . Eiseres heeft naar gesteld veel gezondheidsklachten en is zorgbehoevend. Omdat het voor haar niet langer dragelijk was om alleen en gescheiden van haar moeder in Egypte te verblijven, is zij via een visum kort verblijf Nederland ingereisd. Het gezin verblijft nu gezamenlijk in Nederland bij de stiefvader, [persoon 2] .
Het bestreden besluit
4.1.
Volgens de minister is er geen sprake van familie- en gezinsleven tussen eiseres, als jongvolwassene, en haar moeder zoals bedoeld wordt in artikel 8 van Pro het EVRM. Eiseres heeft namelijk niet aangetoond dat zij tot en met het vertrek van haar moeder naar Nederland met haar heeft samengewoond. Dat in hun paspoorten hetzelfde adres in Cairo vermeld staat is onvoldoende om de gestelde samenleving als aannemelijk te beschouwen. Daarnaast is ook niet aannemelijk geworden dat eiseres niet in haar eigen levenshoud kan voorzien. Uit de betalingsbewijzen blijkt wel dat er door [persoon 2] geld is overgemaakt naar een oom in Egypte, maar hieruit volgt niet dat dit geld bestemd is voor eiseres en ook daadwerkelijk bij haar terecht komt. Het bankafschrift met daarop de naam van eiseres dat bij de aanvraag is overgelegd lijkt er op te duiden dat zij haar eigen financiën regelt. Eiseres voldoet dus niet aan twee van de vier voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid, aldus nog steeds de minister.
4.2.
Er is volgens de minister ook geen sprake van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiseres en haar moeder in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM. Dit blijkt niet uit de stukken. Voor toelichting op de het elementen ‘samenleving’ en ‘de financiële afhankelijkheid’ verwijst de minister naar de motivering in de bestreden beslissing over het jongvolwassenenbeleid. Ook de mate waarin eiseres praktisch afhankelijk is van haar moeder is volgens de minister onvoldoende onderbouwd. Uit de medische verklaringen blijkt niet in welke mate eiseres afhankelijk is van haar moeder in haar dagelijks functioneren. De afwijzing van de aanvraag is daarom volgens de minister niet in strijd met artikel 8 van Pro het EVRM.
Het standpunt van eiseres
5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Het wordt door de minister niet betwist dat zij jongvolwassene is. Daarnaast heeft zij altijd tot aan het vertrek van haar moeder naar Nederland met haar moeder samengewoond in Egypte. Dit kan worden afgeleid uit de doktersverklaringen en de paspoorten van eiseres en haar moeder. Eiseres kan niet in haar eigen levensonderhoud voorzien. Uit de bewijsstukken bij de brief van 20 februari 2025 blijkt dat de echtgenoot van de moeder van eiseres, [persoon 2] , duizenden euro’s heeft overgemaakt aan de moeder van eiseres zodat zij daarmee eiseres kon onderhouden. Eiseres heeft veel gezondheidsklachten, wat blijkt uit de medische rapporten die zijn overgelegd. Mede om die reden is eiseres nooit verhuisd en is de gezinsverband niet verbroken. Ook in het kader van bijkomende elementen van afhankelijkheid heeft de minister dit element miskend. Eiseres voldoet dus aan alle voorwaarden voor een geslaagd beroep op het jongvolwassenenbeleid. Het bestreden besluit kan om die reden geen stand houden.
Het oordeel van de rechtbank
Het jongvolwassenenbeleid
6.1.
De rechtbank stelt vast dat partijen verdeeld zijn over de vraag of de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres niet voldoet aan de criteria van het jongvolwassenenbeleid en daarmee zich ook terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar moeder in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM.
6.2.
De minister neemt op grond van het jongvolwassenenbeleid familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM aan tussen ouders en hun meerderjarige kinderen, zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, als het meerderjarige kind:
- jongvolwassen is;
- met de ouder(s) in gezinsband samenleeft;
- niet in zijn eigen ouderhoud voorziet; en
- geen zelfstandig gezin heeft gevormd. [3]
6.3.
Niet in geschil is dat eiseres jongvolwassen is en geen zelfstandig gezin heeft gevormd.
Voorziet eiseres in haar eigen onderhoud?
7.1.
Eiseres voert aan dat zij niet in haar eigen onderhoud voorzag toen zij in Egypte met haar moeder samenwoonde. Haar stiefvader, [persoon 2] , maakte toen geld over via moneygram naar de moeder van eiseres. Deze screenshots zijn toegevoegd aan het dossier. Toen de moeder van eiseres noodgedwongen naar Nederland vertrok omdat zij binnen drie maanden na afgifte van de mvv Nederland moest inreizen, is het geld naar de oom van eiseres overgemaakt zoals is te zien op de transfer van 27 januari 2025. Het standpunt van de minister dat niet aannemelijk is geworden dat eiseres niet in haar eigen onderhoud kan voorzien, kan dus geen stand houden.
7.2.
De minister vindt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in haar eigen onderhoud kan voorzien. Hoewel de minister erkent dat uit de overboekingen van moneygram blijkt dat er geld is overgemaakt naar de moeder van eiseres/broer van de moeder van eiseres, is dit onvoldoende om aan te nemen dat eiseres in haar eigen onderhoud kan voorzien. Eiseres is er namelijk niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat dit geld ook daadwerkelijk bij haar terecht is gekomen. Bij de aanvraag van de mvv is door eiseres een bankafschrift meegestuurd waarop haar eigen naam vermeld staat. Nu eiseres over een eigen bankrekening beschikt, vindt de minister het onlogisch dat het geld niet naar haar eigen rekening is overgemaakt.
7.3.
De rechtbank vindt de motivering van de minister niet sluitend. Zij overweegt daartoe als volgt.
7.4.
Het is de rechtbank niet gebleken dat eiseres of de moeder van eiseres (ten tijde van de bestreden beslissing) over een andere bron van inkomsten beschikten dan het geld dat de stiefvader van eiseres, [persoon 2] , naar hen overmaakte vanuit Nederland. Zoals in de bovenstaande rechtsoverweging is uiteengezet, wordt door de minister niet betwist dat er geld is overgemaakt naar de moeder van eiseres en respectievelijk de broer van de moeder van eiseres via moneygram. De minister werpt eiseres echter tegen dat het geld niet naar haar eigen bankrekening is overgemaakt. De rechtbank overweegt dat hierover tijdens de hoorzitting is verklaard dat eiseres niet in staat wordt geacht om haar eigen financiën te beheren. Deze stelling vindt de minister onvoldoende onderbouwd, maar dat standpunt is onvoldoende gemotiveerd. Daarvoor is van belang dat op 7 december 2025 door eiseres aanvullende stukken zijn overgelegd ter onderbouwing van de samenwoning met haar moeder in Egypte. Op deze vertaalde stukken is te lezen dat eiseres en haar moeder op hetzelfde adres staan ingeschreven vanaf 14 maart 2019. De rechtbank is van oordeel dat de samenleving door middel van deze stukken voldoende is onderbouwd. Nu de samenleving van eiseres en haar moeder aannemelijk is gemaakt, er geen andere bronnen van inkomsten bekend zijn en er gedurende een aanzienlijke periode overboekingen door de stiefvader van eiseres naar de moeder van eiseres hebben plaatsgevonden, en na het vertrek van de moeder van eiseres uit Egypte naar genoemde oom, vindt de rechtbank de motivering van de minister dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij niet in haar eigen onderhoud voorziet omdat het geld niet naar haar eigen rekening is overgemaakt, onvoldoende. Het bestreden besluit bevat dus een motiveringsgebrek. Deze beroepsgrond slaagt en het bestreden besluit zal worden vernietigd.
7.5.
Wat betreft het standpunt van de minister over de samenleving overweegt de rechtbank ten slotte het volgende. Eiseres en haar moeder hebben aanvankelijk de paspoorten met de adresregistraties overgelegd om te onderbouwen dat zij in Egypte op hetzelfde adres hebben samengewoond. De minister overweegt hierover in de bestreden beslissing dat tijdens de hoorzitting is verklaard dat dit ook het adres is van de biologische vader van eiseres en dat de moeder van eiseres hier met haar ex-man heeft gewoond tot mei 2021. De rechtbank ziet niet in hoe uit deze omstandigheid zou kunnen volgen dat niet aannemelijk is dat eiseres en haar moeder op hetzelfde adres hebben gewoond tot aan het vertrek van de moeder naar Nederland. Dat de biologische vader van eiseres ook op dit adres zou hebben gewoond, hoeft aan het samen leven van eiseres en haar moeder niet af te doen. Nu er naast de paspoorten ook vertaalde adresinschrijvingen zijn overgelegd door eiseres waaruit blijkt dat eiseres en haar moeder tegelijkertijd op hetzelfde adres in Cairo hebben gewoond, acht de rechtbank de samenleving aannemelijk gemaakt. Het bestreden besluit bevat dus ook op dit onderdeel een motiveringsgebrek. Ook deze beroepsgrond slaagt en het bestreden besluit zal ook om deze reden worden vernietigd.

Conclusie en gevolgen

8.1.
Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Awb (het besluit is niet deugdelijk gemotiveerd). Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
8.2.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van zes weken.
8.3.
Omdat eiseres geen griffierecht heeft betaald, hoeft de minister geen griffierecht aan haar te vergoeden. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 18 maart 2025;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Machtig tot voorlopig verblijf.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
3.Dit staat in paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.