ECLI:NL:RBDHA:2026:9421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanwijzing op grond van artikel 55 Vreemdelingenwet afgewezen
Eiser maakte bezwaar tegen een aanwijzing van de Minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 55 van Pro de Vreemdelingenwet, waarbij hij zich beschikbaar moest houden in een tijdelijke noodonderdakvoorziening in verband met zijn asielaanvraag. Hij stelde dat het besluit onrechtmatig was omdat het niet aan zijn gemachtigde was doorgezonden en dat de maatregel onrechtmatig was voortgeduurd na afloop van zijn asielprocedure. Tevens voerde hij aan dat de aanwijzing een vrijheidsbeperkende maatregel vormde in strijd met artikel 5 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt aan eiser en dat hij tijdig beroep had ingesteld, waardoor hij niet in zijn belangen was geschaad. De aanwijzing eindigde van rechtswege op het moment dat zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard, zodat de maatregel niet onrechtmatig voortduurde. De rechtbank stelde vast dat de aanwijzing geen vrijheidsontneming of -beperking inhield, omdat eiser zich op de dagen van afspraken beschikbaar moest houden maar de locatie kon verlaten met toestemming en in het bezit was van een telefoon.
De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding en wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk op grond van artikel 84 Vw Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing op grond van artikel 55 Vreemdelingenwet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.