ECLI:NL:RBDHA:2026:9431

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
AWB 25/20971
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning asiel

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie op 9 september 2025 het verblijfsrecht van verzoeker ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2 april 2019, de aanvraag tot verlenging afgewezen, en een terugkeerbesluit, inreisverbod en signalering voor twintig jaar uitgevaardigd.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om rechtmatig verblijf te behouden tot vier weken na de uitspraak op het beroep. De voorzieningenrechter heeft het verzoek buiten zitting beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter constateert dat op het onderliggende beroep inmiddels is beslist door de meervoudige kamer, waardoor een voorlopige voorziening niet langer mogelijk is. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het onderliggende beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/20971
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.J. Vetzo).

Inleiding

In het besluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2 april 2019, verzoekers aanvraag tot verlenging van deze vergunning afgewezen, en tegen verzoeker een terugkeerbesluit alsmede een inreisverbod en een signalering voor de duur van twintig jaren uitgevaardigd.
Verzoeker heeft beroep (AWB 25/20969) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij rechtmatig verblijf behoudt tot vier weken nadat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van de meervoudige kamer van vandaag in de zaak met nummer AWB 25/20969 is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.