2.1.Vervolgens heeft eiser 1 op 8 december 2020 opnieuw asiel aangevraagd. Deze
aanvraag is op 8 juli 2022 afgewezen als ongegrond. Volgens verweerder heeft eiser 1 zijn
gestelde Eritrese nationaliteit niet aannemelijk gemaakt. Om die reden is voor toetsing van
de door hem naar voren gebrachte asielmotieven geen plaats. Tegen dit besluit is eiser 1 in
beroep gegaan. Het beroep is op 14 maart 2023 door deze rechtbank ongegrond verklaard. In deze uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat eiser 1 geen enkel document heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn nationaliteit en niet heeft onderbouwd dat hij in bewijsnood en overmacht verkeert. Ook heeft verweerder van eiser 1 mogen verlangen dat hij zich meer had moeten inspannen om zijn nationaliteit, of die van zijn moeder, te onderbouwen. Zo had eiser 1 een schriftelijk verzoek kunnen indienen bij de Eritrese ambassade om informatie, mensen uit zijn verleden kunnen benaderen en informatie kunnen opzoeken over de school waar hij als minderjarig kind onderwijs heeft genoten. Eiser 1 had naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende inspanning verricht door maar een aantal keer contact te zoeken met de Eritrese ambassade en verder geen stappen te nemen om zijn nationaliteit of die van zijn moeder vast te stellen.
3. Eisers hebben op 26 februari 2024 de huidige opvolgende aanvraag ingediend. Eiser 1 heeft aan deze asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij de Eritrese nationaliteit heeft. Om dit te onderbouwen heeft eiser 1 een aantal documenten overgelegd. Eiser 1 stelt verder dat hij homoseksueel is.
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser 1;
de homoseksuele gerichtheid van eiser 1.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser 1 niet geloofwaardig zijn, omdat de verklaringen van eiser 1 geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verder heeft verweerder de homoseksuele gerichtheid van eiser 1 niet beoordeeld, omdat het asielrelaas alleen betekenis heeft tegen de achtergrond van de nationaliteit en eiser heeft zijn nationaliteit en herkomst niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast vindt verweerder dat eiser 1 bij terugkeer naar Eritrea geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Wat vinden eisers in beroep?
6. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit en voeren daartoe het volgende aan. Allereerst is ten onrechte tegengeworpen dat eiser 1 in de eerdere procedures ook heeft aangevoerd dat hij zeer jong was toen hij Eritrea verliet. Dat eiser zeer jong was toen hij Eritrea verliet is namelijk aangevoerd om aan te tonen dat eiser 1 in bewijsnood verkeert. Daarnaast kan eiser 1 niet aan meer informatie komen dan hij al heeft overlegd in deze en vorige procedures. Eiser 1 heeft zijn uiterste best gedaan, maar zijn inspanningen worden ten onrechte als onvoldoende aangemerkt. Bovendien is eiser 1 op 22 januari 2026 naar de Eritrese ambassade gegaan en heeft foto’s overgelegd om dit te onderbouwen. Tot slot heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat het voor eigen risico en rekening komt van eiser 1 dat hij drie kinderen heeft gekregen terwijl hij wist dat hij niet in Nederland mocht blijven. Het Verdrag voor de Rechten van het Kind stelt namelijk dat de belangen van kinderen bij elke beslissing van een land altijd voorop dienen te staan.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
8. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden.Dat houdt in dat hij moet aangeven op welke specifieke punten hij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren.