ECLI:NL:RBDHA:2026:9482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitstel van vertrek wegens medische redenen
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op medische gronden, welke door de minister is afgewezen. Na bezwaar en een daaropvolgend besluit van de minister dat het bezwaar afwees, heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening, dat geldt als een verzoek hangende het beroep. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep, is een voorlopige voorziening niet meer nodig en wordt het verzoek afgewezen.
Wel wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster, omdat het beroep gegrond is verklaard. De vergoeding bedraagt € 934,- voor het ingediende verzoekschrift. Verzoekster is vrijgesteld van griffierecht, zodat de minister dit niet hoeft te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter K. Ides en is onherroepelijk, aangezien hoger beroep of verzet niet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep al is beslist, met veroordeling van de minister tot betaling van proceskosten aan verzoekster.