ECLI:NL:RBDHA:2026:9482

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
NL23.23265
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:83 lid 3 AwbVreemdelingenwet 2000Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitstel van vertrek wegens medische redenen

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op medische gronden, welke door de minister is afgewezen. Na bezwaar en een daaropvolgend besluit van de minister dat het bezwaar afwees, heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening, dat geldt als een verzoek hangende het beroep. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep, is een voorlopige voorziening niet meer nodig en wordt het verzoek afgewezen.

Wel wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster, omdat het beroep gegrond is verklaard. De vergoeding bedraagt € 934,- voor het ingediende verzoekschrift. Verzoekster is vrijgesteld van griffierecht, zodat de minister dit niet hoeft te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter K. Ides en is onherroepelijk, aangezien hoger beroep of verzet niet mogelijk is.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep al is beslist, met veroordeling van de minister tot betaling van proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23265

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [v-nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. A.C. Pool),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor verlening van uitstel van vertrek vanwege medische redenen op grond van artikel 64 van Pro de Vw [1] . De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 10 augustus 2023 afgewezen.
2. Verzoekster heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Met het bestreden besluit van 4 april 2025 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij de afwijzing gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening geldt daarom als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.
5. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.20069, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
6. Omdat het beroep gegrond is verklaard krijgt verzoekster wel een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt
€ 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
7. Verzoekster heeft geen griffierecht betaald, omdat zij wegens betalingsonmacht hiervan is vrijgesteld. Daarom hoeft de minister geen griffierecht aan haar te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Ides, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet bestuursrecht.