Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9490

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
NL25.23414
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29, eerste lid, aanhef en onder b Vreemdelingenwet 2000Art. 31, zesde lid, onder b Vreemdelingenwet 2000Art. 31, zesde lid, onder c Vreemdelingenwet 2000Vluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid en onvoldoende bewijs

Eiser, een Jamaicaanse asielzoeker, vordert bescherming vanwege zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen in zijn thuisland. Hij stelt dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid in Jamaica is vervolgd, onder meer door detentie en geweld van familieleden. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs en ongeloofwaardigheid van de verklaringen.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het asielrelaas onvoldoende samenhangend en aannemelijk is. Het ontbreken van documenten en inconsistenties in de verklaringen, gecombineerd met landeninformatie die langdurige detentie zonder veroordeling onwaarschijnlijk maakt, leiden tot het oordeel dat de problemen van eiser niet geloofwaardig zijn. Ook is verweerder niet verplicht geweest nader onderzoek te doen, ondanks het feit dat eiser niet volledig kon worden gehoord.

Verder concludeert de rechtbank dat de situatie in Jamaica, hoewel niet rooskleurig voor LHBTIQ-personen, niet zodanig is dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft. De afwijzing van de asielaanvraag blijft daarom in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23414

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.E. Muller),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E.J.M.C. Jansen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van
12 mei 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Fayez als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1993 en heeft de Jamaicaanse nationaliteit. Eiser stelt dat hij in Jamaica problemen heeft ondervonden vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. Eiser heeft verklaard dat hij op zijn 13e door zijn vader is betrapt met een jongen. Hierna zou eiser van huis zijn weg gelopen en in de prostitutie zijn beland. Eiser stelt dat hij vanaf 2014 drie jaar in voorarrest heeft gezeten vanwege zijn seksualiteit. Eiser zou in 2019 definitief ‘uit de kast’ zijn gekomen vanwege foto’s en video’s die waren gepost door [naam 1] . Eiser zou zijn aangevallen door verschillende familieleden. Dit was voor eiser de druppel en hierna is hij, met hulp van zijn partner [naam 2] , uit Jamaica vertrokken.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
eisers identiteit, nationaliteit en herkomst,
homoseksuele gerichtheid, welke is opgedeeld in eisers homoseksuele gerichtheid en eisers problemen naar aanleiding van zijn homoseksuele gerichtheid.
3.1.
Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat eisers homoseksuele gerichtheid niet kan worden beoordeeld. De verklaringen in het nader gehoor zijn namelijk onvoldoende om een goede weging te maken op grond van Werkinstructie 2019/17 [1] . Het geplande aanvullend gehoor kon niet doorgaan, omdat eiser drie keer een medisch advies ‘niet horen’ heeft ontvangen. Verweerder vindt eisers problemen naar aanleiding van zijn gestelde homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig. Verweerder heeft daarbij betrokken dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft [2] en dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen [3] . Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Jamaica geen gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Wat vindt eiser in beroep?
Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Allereerst dient de zienswijze als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Verder wijst eiser op Werkinstructie 2024/9. Hier blijkt uit dat verweerder moet nagaan of er schriftelijke vragen zijn gesteld, wanneer de situatie ontstaat dat een asielzoeker niet gehoord kan worden. Verweerder heeft dit ten onrechte niet gedaan. Verweerder heeft ook geen andere vorm van onderzoek aangeboden. Eiser vindt daarnaast dat het niet voor zijn rekening en risico moet komen wanneer op basis van medische omstandigheden bepaalde onderwerpen niet kunnen worden bevraagd. Ten aanzien van de problemen vanwege de homoseksuele gerichtheid vindt eiser dat verweerder voorbij gaat aan het feit dat hij niet goed kan lezen en schrijven, zwaar is getraumatiseerd en op dit moment onder behandeling staat. Hierdoor is het voor hem onmogelijk om op een gestructureerde manier informatie te verkrijgen. Verder heeft eiser verwezen naar landeninformatie waaruit blijkt dat het mogelijk is zonder veroordeling langdurig in voorarrest te verblijven en verweerder heeft dit onvoldoende weerlegd. Ook persisteert eiser bij de datum van vrijlating in december 2017. Ten aanzien van de vrees voor vervolging dient ervan uit te worden gegaan dat eiser homoseksueel is, nu verweerder zich op het standpunt stelt dat de seksuele gerichtheid niet kan worden getoetst en verweerder heeft nagelaten verder onderzoek te doen. Verder heeft verweerder de door eiser naar voren gebrachte landeninformatie in de zienswijze onvoldoende weerlegd. Tot slot heeft eiser de IMMO signaleringslijst van 22 mei 2022 overgelegd ter onderbouwing van de vraag of eiser gehoord kon worden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Moest verweerder nader onderzoek doen?
5. Ten aanzien van eisers stelling dat verweerder meer onderzoek had moeten aanbieden, omdat eiser niet gehoord kon worden, overweegt de rechtbank dat deze beroepsgrond niet slaagt. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser namelijk beoordeeld alsof eisers homoseksuele gerichtheid geloofwaardig zou zijn. Eiser is daarom niet in zijn belangen geschaad doordat verweerder geen nader onderzoek heeft gedaan. Eisers stelling dat er aanwijzingen dat hij ook de eerste keer niet gehoord kon worden, volgt de rechtbank niet. Uit het nader gehoor dat wel heeft plaatsgevonden en het medisch advies van 27 mei 2022 dat daarvoor is opgesteld, valt namelijk niet af te leiden dat eiser op dat moment niet kon worden gehoord of dat er geen gewicht aan zijn verklaringen mocht worden toegekend.
Mocht verweerder eisers problemen naar aanleiding van zijn homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig vinden?
6. De rechtbank oordeelt dat verweerder mocht vinden dat eisers problemen naar aanleiding van zijn homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn. Verweerder mocht zich daarbij op het standpunt stellen dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft. Eiser heeft in het nader gehoor namelijk verklaard dat er wel documenten van het ziekenhuis zijn. [4] Uit eisers verklaringen blijkt niet dat hij inspanning heeft verricht om alsnog aan deze documenten te komen. De enkele niet onderbouwde stelling op zitting dat het dossier er niet meer is, maakt dit niet anders. Ten aanzien van documenten van zijn detentie heeft eiser aangevoerd dat hij geprobeerd heeft om aan documenten te komen, maar dat dit is niet is gelukt. Wel heeft eiser screenshots overgelegd waaruit zou blijken dat hij contact heeft gehad met de politie en contact heeft gezocht met een advocaat. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat hiermee niet kan worden bewezen dat eiser heeft gebeld of met wie eiser heeft gebeld. Eisers stelling dat verweerder voorbij gaat aan het feit dat het onmogelijk is om informatie te verkrijgen, omdat eiser niet goed kan lezen en schrijven, zwaar is getraumatiseerd en onder behandeling staat, volgt de rechtbank niet. Eiser had namelijk hulp in kunnen schakelen, bijvoorbeeld van zijn gemachtigde. Verweerder heeft daarbij mogen vinden dat eiser sinds juni 2022 ruimschoots de tijd heeft gehad om aan documenten te komen.
6.1.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder mocht vinden dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder mocht vinden dat het ongeloofwaardig is dat verweerder drie jaar in voorarrest heeft gezeten. Verweerder heeft daarbij mogen wijzen op landeninformatie, waaruit blijkt dat iemand ten hoogste 48 uur mag worden vastgehouden [5] en dat dit soms kan oplopen tot enkele weken [6] . Verweerder heeft zich ook op het standpunt mogen stellen dat uit landeninformatie [7] blijkt dat er geen actieve vervolging plaats vond op basis van consensuele seks tussen meerderjarige mannen en dat het daarom onwaarschijnlijk is dat eiser is gearresteerd. Eisers stelling dat verweerder de landeninformatie waaruit zou blijken dat het mogelijk is zonder veroordeling langdurig in voorarrest te blijven onvoldoende heeft weerlegd, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft met de zienswijze enkel verwezen naar landeninformatie van één geval waarbij iemand 22 jaar vast zou hebben gezeten. Verweerder is hier in het bestreden besluit op in gegaan en heeft zich op het standpunt mogen stellen dat zonder nadere informatie deze individuele casus niet gelijk kan worden gesteld met de casus van eiser. Eiser heeft niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd waarom deze motivering tekortschiet.
6.2.
Bovendien mocht verweerder vinden dat eiser niet consistent heeft verklaard over de problemen met zijn familie. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij vanaf zijn negentiende problemen heeft gekregen met zijn familie. Eiser heeft echter ook verklaard dat zijn vader iedereen zou hebben verteld over zijn homoseksuele gerichtheid toen hij 13 jaar oud was [8] , dat hij drie jaar in voorarrest zou hebben gezeten en dat hij door zijn moeder en stiefvader op straat zou zijn gezet in verband met zijn homoseksuele gerichtheid [9] . Verweerder mocht vinden dat niet kan worden gevolgd dat eiser pas in 2019 problemen zou hebben gekregen met zijn familie, omdat uit eisers verklaringen en gestelde problemen blijkt dat zijn familie op de hoogte zou zijn van zijn seksuele gerichtheid. Eisers stelling dat verweerder uitgaat van onjuiste feiten met betrekking tot de geloofwaardigheidstoets van dit asielmotief, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd op welke onjuiste feiten verweerder zich zou baseren.
6.3.
Ten aanzien van eisers stelling dat de beschieting op [wijk] te maken heeft met eisers seksuele gerichtheid, omdat dit een bottymanplek is, overweegt de rechtbank dat dit een herhaling van de zienswijze is. Verweerder heeft in het bestreden besluit op de zienswijze gereageerd. Eiser heeft in beroep niet aangegeven waarom de reactie van verweerder tekortschiet, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Verweerder mocht dus vinden dat eiser het verband tussen de beschieting in 2014 en zijn gestelde seksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt.
6.4.
De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het moment van vrijlating. Uit het medisch advies van 28 mei 2022 blijkt dat eiser niet in staat is om exacte data te benoemen, maar dat hij dit wel kan bij benadering. Hier komt bij dat verweerder heeft erkend dat eiser niet goed is in data. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het moment van vrijlating. Dit betekent echter niet dat verweerder eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid niet ongeloofwaardig mocht vinden. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, oordeelt de rechtbank dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat eisers problemen naar aanleiding van zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn.
Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer naar Jamaica geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade?
7. De rechtbank oordeelt dat verweerder mocht vinden dat eiser bij terugkeer naar Jamaica geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft mogen vinden dat uit de landeninformatie blijkt dat er in Jamaica weliswaar een wet is die homoseksualiteit verbiedt, maar dat vrijwillige seksuele activiteiten tussen mannen niet werd vervolgd door de overheid [10] en dat uit landeninformatie blijkt dat er sprake is van een verbeterend klimaat richting de LHBTIQ-gemeenschap in Jamaica. [11] Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt mogen stellen dat hoewel de situatie in Jamaica niet rooskleurig is voor de LHBTIQ gemeenschap, het enkel zijn van homoseksueel onvoldoende is voor een gegronde vrees van vervolging op basis van de landeninformatie. Verder volgt de rechtbank eisers stelling, dat verweerder de in de zienswijze naar voren gebrachte landeninformatie onvoldoende heeft weerlegd, niet. Verweerder heeft namelijk in het bestreden besluit op de zienswijze gereageerd. Eiser heeft niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd waarom verweerders reactie tekortschiet. Dit had wel op zijn weg gelegen.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de asielaanvraag mocht afwijzen. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Werkinstructie 2019/17 Horen en beslissen in zaken waar in lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd.
2.Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw.
3.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
4.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 35.
5.Country Reports on Human Rights Practices for 2015,
6.Country Reports on Human Rights Practices for 2014,
7.Country Reports on Human Rights Practices for 2015,
8.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 23.
9.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 23.
10.Jamaica, United States Department of States, https://www.state.gov/reports/2023-
11.J-Flag, ‘Awareness attitudes perceptions of the LGBTQ Community in Jamaica 2023’.