Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9513

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
NL26.5396 en NL26.5397
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000Vluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek Irak wegens ontbreken reëel risico op vervolging na afwending islam

Eiser, een Iraakse minderjarige, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen. Zijn huidige aanvraag is gebaseerd op zijn afwending van de islam en de vrees voor vervolging door stamleden in Irak. Verweerder achtte de bedreigingen en het gevaar vanwege zijn vader en familie ongeloofwaardig en concludeerde dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser zijn afwending van de islam in Nederland nauwelijks uit en dat hij dit ook in de toekomst niet actief wil doen. De rechtbank stelt vast dat het uiten van deze afwending geen essentieel onderdeel is van zijn persoonlijke levenssfeer of identiteit. Daarnaast is uit landeninformatie gebleken dat de Iraakse samenleving steeds meer seculariseert en afvalligheid niet leidt tot vervolging.

Verder is vastgesteld dat de bedreigingen van stamleden reeds in eerdere procedures zijn beoordeeld en dat eisers verwestering geen nieuw relevant element vormt. De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.5396 en NL26.5397
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter eisers verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Eerdere procedures
2. De moeder van eiser heeft vier keer een asielaanvraag namens eiser ingediend. Verweerder heeft deze aanvragen bij besluiten van 8 februari 2018, 25 maart 2019, 3 december 2019 en 18 maart 2023 afgewezen. Eiser heeft naar voren gebracht dat hij, als zoon van een vader die door machthebbers wordt gezocht, zelfstandig gevaar loopt op vervolging en afrekening. Verweerder heeft de problemen van eisers vader en eisers familie met de stam ongeloofwaardig geacht. Deze besluiten staan in rechte vast.
3. Op 23 augustus 2023 heeft eiser zelfstandig een opvolgende aanvraag ingediend. Eiser heeft aangevoerd dat hij gevaar loopt vanwege zijn vader, dat hij is verwesterd en dat hij twijfels heeft over de islam. Verweerder heeft de problemen van eisers vader wederom ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft het geloofwaardig geacht dat eiser gewend is geraakt aan de Nederlandse cultuur en dat hij twijfels heeft over de islam. Verweerder heeft geconcludeerd dat eiser geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Dit besluit staat ook in rechte vast.
Huidige aanvraag
4. Op 28 oktober 2025 heeft eiser de huidige opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op 20 december 2008. Eiser heeft verklaard dat hij zich heeft afgewend van de islam. Hierdoor vreest hij in Irak voor problemen met de stamleden van zijn moeder. Verder stelt eiser dat het mogelijk is dat hij wordt gedood.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
eisers afwending van de islam.
5.1.
Verweerder vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Verweerder vindt echter dat eiser bij terugkeer naar Irak geen vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft daarbij betrokken dat de bedreigingen van stamleden in een eerdere procedure al zijn aangevoerd en ongeloofwaardig zijn. Daarnaast vindt verweerder dat het niet aannemelijk is dat eisers gezinsleden zijn afwending van de islam niet accepteren. Daarnaast uit eiser zijn afvalligheid in Nederland nauwelijks en wil hij dat in de toekomst ook niet doen. Tot slot is het niet aannemelijk dat eiser vanwege toekomstige uiting van zijn afwending van de islam vreest voor vervolging in Irak. Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Irak ook geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers beroep op verwestering kan namelijk niet worden aangemerkt als nieuw relevant element, omdat dit al is beoordeeld bij de vorige asielaanvraag.
Wat vindt eiser in beroep?
6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Allereerst mag er bij geloofsovertuiging geen enkele terughoudendheid worden verwacht van een vluchteling met het oog op het voorkomen van problemen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dit voor eiser anders zou zijn. Daarnaast heeft verweerder miskend dat eiser is verwesterd door zijn verblijf in Nederland. Eiser heeft ook een Nederlandse vriendin uit een christelijk gezin, wat niet geaccepteerd wordt in Irak. Tot slot zijn de bedreigingen nog steeds gaande. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze binnen de actuele context nog steeds niet geloofwaardig zouden zijn.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade?
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat eiser bij terugkeer geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade vanwege zijn afwending van de islam. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser zijn afvalligheid in Nederland nauwelijks uit en dat in de toekomst ook niet wil doen. Eiser heeft namelijk verklaard dat zijn afwending van de islam geen belangrijk onderwerp is en dat het hem niet boeit wat mensen denken. [1] Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij anderen over zijn afvalligheid zal vertellen als hij een betere connectie heeft. [2] Op de vraag of eiser mensen zou willen informeren over wat niet correct is aan de islam heeft eiser verklaard dat hij niet tegen mensen hoeft te zeggen over wat ze wel of niet moeten doen. [3] Eiser heeft daarnaast verklaard dat hij in de toekomst meer open zou willen zijn als hij gaat trouwen met Roos. [4] Verweerder heeft mogen vinden dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat het belangrijk voor hem is om zijn afwending van de islam actief in Nederland te uiten of zijn afwending in de toekomst actiever te uiten dan hij nu doet. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt mogen stellen dat niet is gebleken dat het uiten van de afwending van de islam voor eiser een essentieel onderdeel is van zijn persoonlijke levenssfeer en (geloofs)identiteit.
8.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook mogen vinden dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege de toekomstige afwending van de islam vrees voor vervolging heeft in Irak. Verweerder heeft er op mogen wijzen dat uit de landeninformatie blijkt dat de huidige generatie Iraakse jongeren in toenemende mate seculariseert, dat het openlijk niet praktiseren van de islam in het dagelijks leven geen problemen oplevert en dat de samenleving zich nauwelijks bezighoudt met het concept van afvalligheid. [5] Eiser is tijdens het gehoor gevraagd hoe hij zich zou willen uiten als niet-moslim in Irak. Eiser heeft verklaard dat hij hier nooit over na heeft gedacht en dat hij niet weet wat hij zou willen doen. [6] Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij zich zou willen uiten zoals hij nu doet. [7] Verder heeft eiser aange geven dat hij de wens heeft om te kunnen praten of debatteren over religies en filosofie. Verweerder heeft gelet op de landeninformatie mogen vinden dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege de afwending van de islam en zijn manier van uiten zoals hij ook in Nederland doet te vrezen heeft in Irak. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder verder mogen vinden dat eiser bij terugkeer zich enigszins conformeert aan de lokale gebruiken en regels. Uit het voorgaande volgt namelijk niet dat verweerder van eiser verlangt dat hij zich terughoudend opstelt om vervolging te voorkomen. Ook als eiser zich wel enigszins terughoudend zou moeten opstellen is niet gebleken dat dat zo’n wezenlijke gevolgen heeft voor zijn persoonlijke levenssfeer of identiteit dat dat niet van hem zou mogen worden verwacht. Zoals reeds overwogen, is uit de verklaringen van eiser namelijk niet gebleken dat het voor hem belangrijk is om zijn afvalligheid actief te uiten.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat de bedreigingen van de stamleden al tijdens de vorige procedure zijn aangevoerd en beoordeeld. Met de uitspraak van de rechtbank van 13 mei 2025 is dit besluit in rechte vast komen te staan. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij geen persoonlijke bedreigingen heeft gehad op zijn telefoon en dat hij niet weet of er nog bedreigingen zijn geweest sinds 13 mei 2025. [8] Verweerder heeft daarnaast mogen vinden dat eisers verwestering al bij zijn vorige asielaanvraag is beoordeeld en dat dit dus niet kan worden aangemerkt als nieuw relevant element. Wat ter zitting is aangevoerd, verandert dit oordeel niet. Eiser heeft op zitting namelijk verduidelijkt dat alleen de afvalligheid nieuw is in de huidige procedure.

Conclusie en gevolgen

10. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
11. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Gehoorverslag opvolgende aanvraag, pagina 11.
2.Gehoorverslag opvolgende aanvraag, pagina 11.
3.Gehoorverslag opvolgende aanvraag, pagina 14.
4.Gehoorverslag opvolgende aanvraag, pagina 14.
5.Algemeen Ambtsbericht Irak 2023, pagina 58.
6.Gehoorverslag opvolgende aanvraag, p. 12.
7.Gehoorverslag opvolgende aanvraag, p. 14.
8.Gehoorverslag opvolgende aanvraag, p. 10.