ECLI:NL:RBDHA:2026:9513
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Irak wegens ontbreken reëel risico op vervolging na afwending islam
Eiser, een Iraakse minderjarige, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen. Zijn huidige aanvraag is gebaseerd op zijn afwending van de islam en de vrees voor vervolging door stamleden in Irak. Verweerder achtte de bedreigingen en het gevaar vanwege zijn vader en familie ongeloofwaardig en concludeerde dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser zijn afwending van de islam in Nederland nauwelijks uit en dat hij dit ook in de toekomst niet actief wil doen. De rechtbank stelt vast dat het uiten van deze afwending geen essentieel onderdeel is van zijn persoonlijke levenssfeer of identiteit. Daarnaast is uit landeninformatie gebleken dat de Iraakse samenleving steeds meer seculariseert en afvalligheid niet leidt tot vervolging.
Verder is vastgesteld dat de bedreigingen van stamleden reeds in eerdere procedures zijn beoordeeld en dat eisers verwestering geen nieuw relevant element vormt. De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.