ECLI:NL:RBDHA:2026:9516
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in huurovereenkomstzaak
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelt over de ontbinding van haar huurovereenkomst met Hof Wonen. Zij stelde dat de kantonrechter partijdig was, haar onvoldoende gelegenheid gaf om uit te spreken, en onvoldoende rekening hield met haar medische situatie.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde gronden onvoldoende concreet en onderbouwd zijn. De kantonrechter heeft de regie over de zitting gevoerd binnen zijn bevoegdheid, waarbij beide partijen evenwichtig aan het woord zijn geweest. Er is geen sprake van vooringenomenheid of schijn daarvan.
De wrakingskamer benadrukte dat procedurele beslissingen, zoals het onderbreken van een partij, geen grond voor wraking kunnen vormen. Het verzoek is daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van zaken ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.