ECLI:NL:RBDHA:2026:9549
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke asielzaak. Verzoeker had een asielaanvraag ingediend die was afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Tegen deze afwijzing was beroep ingesteld bij de rechtbank.
Op 25 maart 2026 vond de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening plaats, waarbij verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld in het licht van de reeds geplande uitspraak op het beroep.
Op de dag van deze uitspraak, 21 april 2026, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep onder zaaknummer NL25.63366. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.