Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9556

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
09/302776-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 47 SrArt. 55 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen en vuurwapenbezit, veroordeling uitlokking diefstal met geweld en afpersing

De rechtbank Den Haag heeft op 16 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld, afpersing en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Na onderzoek en behandeling van de zaak heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en het bezit van het vuurwapen, omdat onvoldoende bewijs was voor zijn directe betrokkenheid bij deze feiten.

De rechtbank oordeelde dat verdachte wel de diefstal met geweld en afpersing had uitgelokt. Dit bleek uit verklaringen, onder meer van een medeverdachte, en uit bewijsmiddelen zoals het gebruik van een gehuurde bestelbus, communicatie via Snapchat en locatiegegevens van het telefoonnummer van verdachte. Verdachte had een geldbedrag van minimaal €5.000,- beloofd aan de daders en was nauw betrokken bij de voorbereiding en coördinatie van de feiten.

De feiten vonden plaats op 28 maart 2025, waarbij het slachtoffer op klaarlichte dag werd overvallen, mishandeld en gedwongen tot afgifte van zijn telefoon en toegangscode. De rechtbank achtte de ernst van de feiten groot, mede door het gebruik van geweld en de betrokkenheid van een minderjarige. De strafmaat werd vastgesteld op 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De voorlopige hechtenis van verdachte werd geschorst onder dezelfde voorwaarden als eerder bepaald. De rechtbank concludeerde dat de bewezenverklaarde feiten strafbaar zijn en dat verdachte strafbaar is, waarna de genoemde straf werd opgelegd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor uitlokking diefstal met geweld en afpersing; vrijgesproken van medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving en vuurwapenbezit.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/302776-25
Datum uitspraak: 16 april 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ( [land] ),
BRP-adres: [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 23 februari 2026 (pro forma) en 2 april 2026 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.L.M. de L’Isle en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. D.W. Roos naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 2 april 2026 – samengevat ten laste gelegd:
1. primair het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [aangever] in de periode van 27 en 28 maart 2025;
subsidiair het in de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 uitlokken van dan wel medeplichtig zijn aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van [aangever] ;
2. primair het medeplegen van diefstal met geweld tegen [aangever] op 28 maart 2025;
subsidiair het in de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 uitlokken van dan wel medeplichtig zijn aan diefstal met geweld tegen [aangever] ;
3. primair het medeplegen van afpersing van [aangever] op 28 maart 2025;
subsidiair het in de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 uitlokken van dan wel medeplichtig zijn aan afpersing van [aangever] ;
4. het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie van de derde categorie onder 4 van de WWM.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Inleiding
Op 28 maart 2025 rond 8:00 uur liep aangever [aangever] (hierna: de aangever) zijn woning uit richting zijn auto. Er stopte een witte bestelbus met kenteken [kenteken] vlak naast hem, waar twee mannen uitsprongen. Eén van hen richtte een vuurwapen op aangever. Aangever rende weg, viel en verloor daarbij zijn telefoon. De mannen pakten de telefoon en renden terug naar de bestelbus. Aangever rende er achteraan om zijn telefoon terug te halen, waarna hij meerdere keren bij de bestelbus is geslagen tegen zijn hoofd. Uiteindelijk is een worsteling ontstaan, waarna de aangever de bus in is getrokken en de bestelbus is weggereden. Getuigen hebben naast de aangever in totaal drie mannen gezien.
Op een parkeerplaats aan de Huis te Landelaan is de bestelbus kort na het incident aangetroffen door de politie. Zij hoorden geschreeuw, gestommel en gebonk vanuit de bestelbus. Op het moment van het opentrekken van de achterdeur van de bus, ging de zijdeur ook open en zijn drie mannen weggerend. De aangever bleef bebloed achter in de bus. In de directe omgeving van de parkeerplaats van de bestelbus is kort daarna een persoon aangetroffen met bebloede handen. Dit bleek te zijn de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ).
Na zich eerst op zijn zwijgrecht te hebben beroepen, heeft [medeverdachte] bekend dat hij één van de drie bovengenoemde mannen is geweest. Hij heeft verklaard dat hij heeft gehandeld in opdracht van iemand anders en tegen een financiële vergoeding.
3.2.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het steeds onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde en tot vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde.
3.3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens de verdachte integrale vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit. Ten aanzien van de primair ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3 is betoogd dat de verdachte niet als pleger of als medepleger kan worden aangemerkt. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3 is betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor een bewezenverklaring. Ten aanzien van feit 4 is betoogd dat de verdachte geen beschikkingsmacht heeft gehad over het vuurwapen.
3.4.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft in
bijlage IIopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
3.5.
Bewijsoverwegingen
Betrokkenheid van de verdachte
Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. Getuige [getuige] heeft verklaard dat zij de bestelbus die betrokken was bij het tenlastegelegde heeft gehuurd in opdracht van een man genaamd [naam] . Deze [naam] zou haar via zijn snapchataccount ‘ [snapchataccount] ’ hebben benaderd met de vraag of zij voor hem een bestelbus wilde huren. De verdachte ontkent contact met [getuige] te hebben gehad en zegt haar ook niet te kennen. Dat [getuige] bekend was met persoonlijke informatie over de verdachte, kan volgens de verdachte verklaard worden doordat hij een openbaar account had dat voor iedereen te raadplegen was. De verdachte heeft echter desgevraagd geen verklaring kunnen geven voor het feit dat [getuige] – die hij dus zegt niet te kennen – hem (althans [naam] , de gebruiker van Snapchataccount ‘ [snapchataccount] ’) zou aanwijzen als betrokkene bij zulke ernstige strafbare feiten. De rechtbank is – anders dan de verdediging – in ieder geval van oordeel dat de verklaring van [getuige] betrouwbaar is. Zij heeft gedetailleerd verklaard en haar verklaring vindt steun in andere bewijsmiddelen.
Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank ook dat het Snapchataccount [snapchataccount] van de verdachte is, of dat in ieder geval ten tijde van het huren van bestelbus was. De verdachte is door de politie herkend op de foto van het Snapchataccount dat [getuige] aan de politie heeft getoond. Dat de verdachte de Snapchatnaam ‘ [naam] ’ gebruikte, volgt bovendien uit een aangifte van oplichting via Snapchat die de verdachte op 29 juni 2023 heeft gedaan.
Dat de verdachte vervolgens ook betrokken is geweest bij de beroving die met de namens hem gehuurde bestelbus is gepleegd, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] dat ten tijde van de tenlastegelegde feiten in gebruik was bij de verdachte. Daaruit volgt dat hij op het moment van de beroving, rond tien voor acht ’s morgens, in de buurt was van de bestelbus en dat hij zich vlak daarna – net als de bestelbus – in de richting van de Huis te Landelaan te Rijswijk verplaatste. Vlak voor de politie arriveerde, om 08:10 uur, bewoog de verdachte zich richting Rotterdam. De verklaring van de verdachte dat hij in Den Haag moest zijn om een stagiair op te halen en vervolgens naar Rijswijk is gegaan om een sleutel naar zijn zoon op school te brengen, acht de rechtbank ongeloofwaardig, alleen al omdat de school op dat tijdstip nog niet open was. Bovendien wordt deze verklaring door geen enkel bewijsmiddel gestaafd.
Dat de verdachte, hoewel hij niet in de bestelbus heeft gezeten, wel betrokken kan zijn geweest bij de tenlastegelegde feiten, volgt ook uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] . Hij heeft verklaard dat de bestelbus is gehuurd door de leider en dat de leider niet bij de feitelijke uitvoering aanwezig was.
De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de verdachte zich gedurende de ten laste gelegde feiten dicht in de buurt van de bestelbus bevond, om op enig moment de telefoon van het slachtoffer in ontvangst te kunnen nemen.
Ten aanzien van feit 1
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Uit de camerabeelden volgt dat de daders na het oppakken van de telefoon van de aangever, hem nog een aantal klappen hebben gegeven en vervolgens richting de bestelbus zijn gerend. Op het moment dat de zijdeur in beweging kwam om dicht te gaan, trok de aangever echter aan de deur zodat deze weer open ging. Vervolgens is de aangever na de worsteling de bestelbus ingetrokken en is de bus weggereden. De rechtbank leidt uit de camerabeelden af dat het aanvankelijk de intentie van de daders is geweest om na de diefstal van de telefoon meteen te vertrekken. Nadat de aangever hen probeerde te beletten om zijn telefoon mee te nemen, is hij de bestelbus ingetrokken. [medeverdachte] heeft ook verklaard dat het plan was om de telefoon van aangever af te pakken. Uit de bewijsmiddelen volgt daarmee niet dat het van aanvang af het plan was om de aangever te ontvoeren, of dat van tevoren rekening was gehouden met dit scenario. Nu de verdachte niet één van de feitelijke uitvoerders is geweest, kan niet worden vastgesteld dat zijn intentie op enig moment daadwerkelijk gericht is geweest op de wederrechtelijke vrijheidsberoving. Daarom zal hij worden vrijgesproken van het medeplegen, dan wel uitlokken daarvan.
Ten aanzien van de feiten 2 en 3 primair: medeplegen
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft medegepleegd.
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking. Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen mits de materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Mede gelet op het verloop van de gebeurtenissen zoals omschreven onder 3.1, daaronder begrepen het aanvankelijke wegrennen van de daders na het wegnemen van de telefoon, ziet de rechtbank geen bewijs voor een daadwerkelijke gezamenlijke uitvoering met die daders van de diefstal met geweld dan wel de afpersing. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank weliswaar af dat de verdachte vooraf het plan voor de diefstal heeft beraamd, maar bij de uitvoering van het delict was hij kennelijk niet aanwezig. Uit het dossier is niet gebleken van enig contact tussen de drie mannen in het bestelbusje enerzijds en de verdachte anderzijds ten tijde van het plegen van de delicten. Er is dus niet gebleken van een gezamenlijke uitvoering en op basis van het dossier kan ook niet concreet worden vastgesteld of de bijdrage van de verdachte bij de diefstal met geweld dan wel de afpersing niettemin van voldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van medeplegen. Op deze twee specifieke punten ontbreekt dus bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking met de plegers van de bewuste feiten. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 primair tenlastegelegde.
Ten aanzien van de feiten 2 en 3 subsidiair: uitlokking
De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de verdachte de daders heeft uitgelokt tot het plegen van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.
Juridisch kader
Van strafbare uitlokking is sprake als iemand een ander heeft aangezet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor die ander kan worden gestraft en waarbij de uitlokker in beginsel zelf niet meewerkt aan de uitvoering van het delict. Hierbij moet het opzet van de uitlokker gericht zijn op zowel het aanzetten van een ander om een delict te begaan als op de bestanddelen van dat delict. Bovendien moet de uitlokker de ander hebben aangezet het delict te begaan, door gebruikmaking van een of meer van de in artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) genoemde uitlokkingsmiddelen. Tot slot moet het uitgelokte delict hebben plaatsgevonden.
Het aanzetten van een ander
De verdachte heeft, zo blijkt uit de verklaring van [medeverdachte] , (via een tussenpersoon) de daders benaderd en hen ertoe bewogen om de feiten te plegen.
Uitlokkingsmiddelen
Artikel 47 Sr Pro geeft een limitatieve opsomming van uitlokkingsmiddelen. Deze middelen dienen te zijn gebruikt om de ander over te halen en niet slechts om behulpzaam te zijn bij het plegen van het feit. De rechtbank stelt vast dat de verdachte aan in ieder geval [medeverdachte] een belofte heeft gedaan door hem een bepaald geldbedrag, te weten minimaal € 5.000,-, te doen toekomen voor het plegen van het delict. Ook heeft de verdachte de bus geregeld, inlichtingen verschaft over de verblijfplaats van de aangever en verdere afspraken over de uitvoering gemaakt met de daders (waaronder met betrekking tot het overdragen van de bestelbus).
Opzet
Voor de bewezenverklaring van uitlokking is verder vereist dat het opzet van de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het uitgelokte misdrijf. Het opzet van de uitlokker hoeft echter niet op een bepaalde wijze van uitvoering van het delict gericht te zijn. De verdachte heeft het plan opgevat om de telefoon van aangever afhandig te maken. Hiertoe heeft hij verschillende personen geregeld om deze klus te klaren. Vol opzet op de diefstal staat daarmee vast. Uit het dossier volgt niet of en zo ja welke afspraken er voorafgaand aan de beroving zijn gemaakt over het gebruik van geweld. De rechtbank kan op basis van het dossier niet onomstotelijk vaststellen dat de verdachte op de hoogte is geweest van het vuurwapen dat is gebruikt bij de beroving. Dat er een aanmerkelijke kans bestond dat deze diefstal met geweld dan wel afpersing zou plaatsvinden moet de verdachte echter op zijn minst bewust hebben aanvaard. De verdachte heeft immers niet één maar drie personen op de aangever afgestuurd en hen opgedragen zijn telefoon af te pakken op het moment waarop de aangever nietsvermoedend zijn woning zou verlaten om naar zijn werk te gaan. Voor zover de uitvoering van het feit al anders heeft uitgepakt dan hij voor ogen heeft gehad, heeft hij de aanmerkelijke kans daarop evident voor lief genomen. Daarmee is op zijn minst sprake van voorwaardelijk opzet ten aanzien van de diefstal met geweld en de afpersing.
Conclusie
Gelet op bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de diefstal met geweld (feit 2) en afpersing (feit 3) heeft uitgelokt. De rechtbank is verder van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr. De bewezen verklaarde gedragingen leveren in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt.
Ten aanzien van feit 4
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs bestaat dat de verdachte op enig moment de beschikkingsmacht heeft gehad over het alarmpistool, zodat hij zal worden vrijgesproken van dit feit.
Conclusie
De rechtbank is met betrekking tot de onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen, zodat de verdachte voor deze feiten zal worden vrijgesproken. De rechtbank acht de onder 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde feiten wel wettig en overtuigend bewezen.
3.6.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
2.
subsidiair
[medeverdachte] op 28 maart 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een telefoon, die aan [aangever] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een pistool door te laden en dit wapen op die [aangever] te richten,
- (met een pistool) achter die [aangever] aan te rennen,
- (met een pistool) tegen het hoofd van die [aangever] te slaan en
- die [aangever] (met de vuisten) meerdere klappen tegen het hoofd en het lichaam te geven,
tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en het verschaffen van gelegenheid, middelen en inlichtingen, door
- (via [getuige] ) een bestelbus te huren,
- contact te onderhouden en afspraken te maken met die [medeverdachte] en mededaders,
- met die [medeverdachte] en mededaders een verzamelpunt af te spreken,
- die [medeverdachte] en mededaders op de hoogte te brengen van de actuele verblijfplaats van die [aangever] en
- zich in de nabijheid van de bestelbus te bevinden (teneinde de telefoon van die [aangever] te ontvangen);
3.
subsidiair
[medeverdachte] op 28 maart 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en de toegangscode van deze telefoon, die aan die [aangever] toebehoorde door
- een pistool door te laden en dit wapen op die [aangever] te richten,
- (met een pistool) achter die [aangever] aan te rennen,
- (met een pistool) tegen het hoofd van die [aangever] te slaan en
- die [aangever] (met de vuisten) meerdere klappen tegen het hoofd en het lichaam te geven,
tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en het verschaffen van gelegenheid, middelen en inlichtingen, door
- (via [getuige] ) een bestelbus te huren,
- contact te onderhouden en afspraken te maken met die [medeverdachte] en mededaders,
- met die [medeverdachte] en mededaders een verzamelpunt af te spreken,
- die [medeverdachte] en mededaders op de hoogte te brengen van de actuele verblijfplaats van die [aangever] en
- zich in de nabijheid van de bestelbus te bevinden (teneinde de telefoon van die [aangever] te ontvangen).

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bij bewezenverklaring een strafmaatverweer gevoerd en verzocht om een straf op te leggen gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
Op 28 maart 2025 hebben drie mannen zich schuldig gemaakt aan het op gewelddadige wijze afhandig maken van de telefoon van het slachtoffer. Dit gebeurde op klaarlichte dag, kort voordat het slachtoffer van plan was om naar zijn werk te gaan. Hierbij is het slachtoffer geslagen, geschopt en bedreigd met een (doorgeladen) pistool. De verdachte, die ten tijde van het plegen van het feit niet (fysiek) aanwezig was, heeft de medeverdachten uitgelokt om de telefoon van aangever te stelen, indien nodig met gebruikmaking van geweld. Er was sprake van een vooropgezet plan van de verdachte, waarbij hij de uitvoerders een geldbedrag, te weten minimaal € 5.000,-, in het vooruitzicht had gesteld voor het stelen van de telefoon.
Dit soort feiten veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Het behoeft geen betoog dat dit voor het slachtoffer een zeer beangstigende en bedreigende ervaring moet zijn geweest. Deze feiten hebben plaatsgevonden in het (financiële) belang en in opdracht van de verdachte, terwijl hij de feitelijke uitvoering en de daarbij behorende risico’s geheel aan de uitvoerders heeft overgelaten. De rechtbank rekent dit de verdachte ernstig aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 22 maart 2026. Hieruit volgt dat de verdachte eerder in aanraking met politie en justitie is gekomen, maar niet voor soortgelijke feiten.
Straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is voor een straatroof als uitgangspunt vermeld zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In dit geval acht de rechtbank strafverhogend dat het feit in vereniging en in het openbaar is gepleegd en dat er fors geweld is gebruikt. Ook strafverhogend weegt de rechtbank mee dat de verdachte een minderjarige (te weten [medeverdachte] ) heeft geronseld om de klus voor hem te klaren.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.
Voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis is bij beslissing van 23 februari 2026 van deze rechtbank geschorst tot het moment dat einduitspraak wordt gedaan in deze strafzaak. Dit betekent dat de schorsing met ingang van de uitspraak zal eindigen. De omstandigheden die eerder hebben geleid tot schorsing van de voorlopige hechtenis zijn op dit moment onveranderd. Derhalve zal de rechtbank de voorlopige hechtenis opnieuw schorsen met ingang van de uitspraak en onder dezelfde voorwaarden als gesteld bij de beslissing van 23 februari 2026.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: 14a, 14b, 14c, 47, 55, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8.De beslissing

De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
eendaadse samenloop van:
uitlokking van:
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen
en
uitlokking van:
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 12 (TWAALF) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf,
groot 3 (DRIE) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegdonder de
algemene voorwaardedat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
verstaat dat de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van heden eindigt;
schorst de voorlopige hechtenis opnieuw met ingang van heden onder dezelfde voorwaarden als gesteld bij de beslissing van 23 februari 2026 (
bijlage III).
Dit vonnis is gewezen door
mr. I.C. Kranenburg, voorzitter,
mr. B.J. van de Griend, rechter,
mr. T.A.B. Mentink, rechter,
in tegenwoordigheid van mrs. L.A. Duijm en A.V. Sagarajah, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 april 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
1. primair
hij in de periode van 27 maart 2025 en 28 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- (via een derde persoon) een bestelbus te huren en/of op te halen
- die [aangever] op te wachten bij zijn woning,
- achter [aangever] aan te rennen wanneer hij zijn woning verlaat,
- die [aangever] meerdere klappen tegen het hoofd te geven,
- een pistool op het hoofd van [aangever] te zetten, althans met een pistool op die [aangever] te richten,
- (terwijl die [aangever] om hulp en “Nee dit wil ik niet!” en/of "laat me met rust" schreeuwt) met kracht die [aangever] een bestelbus bus in te duwen en/of trekken en/of te voorkomen dat hij weg kan komen,
- die [aangever] in de laadruimte van de bus te plaatsen en/of die [aangever] daar in bedwang te houden,
- de polsen van die [aangever] te boeien met ducttape,
- de telefoon van die [aangever] af te nemen,
- die [aangever] te mishandelen,
- die [aangever] te dwingen mee te rijden en/of
- die [aangever] mee te nemen naar een parkeerplek in Rijswijk;
subsidiair
[medeverdachte] in de periode van 27 maart 2025 en 28 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- (via een derde persoon) een bestelbus te huren en/of op te halen
- die [aangever] op te wachten bij zijn woning,
- achter [aangever] aan te rennen wanneer hij zijn woning verlaat,
- die [aangever] meerdere klappen tegen het hoofd te geven,
- een pistool op het hoofd van [aangever] te zetten, althans met een pistool op die [aangever] te richten,
- (terwijl die [aangever] om hulp en “Nee dit wil ik niet!” en/of "laat me met rust" schreeuwt) met kracht die [aangever] een bestelbus bus in te duwen en/of trekken en/of te voorkomen dat hij weg kan komen,
- die [aangever] in de laadruimte van de bus te plaatsen en die [aangever] daar in bedwang te houden,
- de polsen van die [aangever] te boeien met ducttape,
- de telefoon van die [aangever] af te nemen,
- die [aangever] te mishandelen,
- die [aangever] te dwingen mee te rijden en/of
- die [aangever] mee te nemen naar een parkeerplek in Rijswijk,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- (via [getuige] ) een bestelbus te huren,
- contact te onderhouden en/of afspraken te maken met die [medeverdachte] en/of mededaders,
- met die [medeverdachte] en/of mededaders een verzamelpunt af te spreken,
- die [medeverdachte] en/of mededaders op de hoogte te brengen van de actuele verblijfplaats van die [aangever] en/of
- zich in de nabijheid van de bestelbus te bevinden (teneinde de telefoon van die [aangever] te ontvangen);
2.
primair
hij op of omstreeks 28 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een pistool door te laden en dit wapen op die [aangever] te richten,
- (met een pistool) achter die [aangever] aan te rennen,
- (met een pistool) tegen het hoofd van die [aangever] te slaan en/of
- die [aangever] (met de vuisten) meerdere klappen tegen het hoofd en/of het lichaam te geven;
subsidiair
[medeverdachte] op of omstreeks 28 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een pistool door te laden en dit wapen op die [aangever] te richten,
- (met een pistool) achter die [aangever] aan te rennen,
- (met een pistool) tegen het hoofd van die [aangever] te slaan en/of
- die [aangever] (met de vuisten) meerdere klappen tegen het hoofd en/of het lichaam te geven,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- (via [getuige] ) een bestelbus te huren,
- contact te onderhouden en/of afspraken te maken met die [medeverdachte] en/of mededaders,
- met die [medeverdachte] en/of mededaders een verzamelpunt af te spreken,
- die [medeverdachte] en/of mededaders op de hoogte te brengen van de actuele verblijfplaats van die [aangever] en/of
- zich in de nabijheid van de bestelbus te bevinden (teneinde de telefoon van die [aangever] te ontvangen);
3. primair
hij op of omstreeks 28 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en de toegangscode van deze telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever] en/of een derde toebehoorde(n) door
- een pistool door te laden en dit wapen op die [aangever] te richten,
- (met een pistool) achter die [aangever] aan te rennen,
- (met een pistool) tegen het hoofd van die [aangever] te slaan en/of
- die [aangever] (met de vuisten) meerdere klappen tegen het hoofd en/of het lichaam te geven;
subsidiair
[medeverdachte] op of omstreeks 28 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en de toegangscode van deze telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever] en/of een derde toebehoorde(n) door - een pistool door te laden en dit wapen op die [aangever] te richten,
- (met een pistool) achter die [aangever] aan te rennen,
- (met een pistool) tegen het hoofd van die [aangever] te slaan en/of
- die [aangever] (met de vuisten) meerdere klappen tegen het hoofd en/of het lichaam te geven,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, althans opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- (via [getuige] ) een bestelbus te huren,
- contact te onderhouden en/of afspraken te maken met die [medeverdachte] en/of mededaders,
- met die [medeverdachte] en/of mededaders een verzamelpunt af te spreken,
- die [medeverdachte] en/of mededaders op de hoogte te brengen van de actuele verblijfplaats van die [aangever] en/of
- zich in de nabijheid van de bestelbus te bevinden (teneinde de telefoon van die [aangever] te ontvangen);
4.
hij op of omstreeks 28 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een alarmpistool (merk: BBM type Mod92 8 mm) en/of
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- een of meer (5 stuks) knalmunitie van het kaliber 8mm,
voorhanden heeft gehad.