Eiseres uit Zimbabwe diende op 17 januari 2023 een asielaanvraag in, die door de minister op 1 oktober 2025 werd afgewezen. Zij vreesde vervolging door jongeren gelieerd aan de regeringspartij Zanu-PF vanwege vermeende oppositieactiviteiten. Eiseres voerde trauma's aan die haar verklaringen tijdens de procedure zouden hebben beïnvloed en overhandigde aanvullend relaas en verklaringen van derden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen aanleiding zag om nader gehoor te verrichten of het besluit in te trekken, omdat het medisch advies geen beperkingen voor het horen aangaf en het aanvullende relaas inhoudelijk tegenstrijdig was met eerdere verklaringen. De verklaringen van derden werden niet als objectief bewijs erkend en de minister mocht deze wegens tegenstrijdigheden negeren.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt hoe foto’s in handen van de Zanu-PF waren gekomen, en dat haar relaas grotendeels gebaseerd was op vermoedens en horen zeggen. De legale uitreis zonder problemen ondermijnde de geloofwaardigheid van haar verhaal. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.