ECLI:NL:RBDHA:2026:9591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens gevangenzetting
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 december 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid van de Dublinverordening heeft verlengd tot maximaal een jaar vanwege zijn gevangenzetting.
De rechtbank overweegt dat de overdrachtstermijn van zes maanden is aangevangen op 11 december 2025, toen de Duitse autoriteiten het terugnameverzoek accepteerden. Het standpunt van eiser dat de termijn nog niet was aangevangen wordt verworpen. Verder is niet in geschil dat eiser op het moment van het bestreden besluit in strafrechtelijke detentie zat, waardoor de overdracht niet kon plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat de minister op grond van de Dublinverordening bevoegd was de overdrachtstermijn te verlengen. Het feit dat de overdracht mogelijk na detentie binnen de reguliere termijn had kunnen plaatsvinden, sluit verlenging niet uit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens gevangenzetting wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.