Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9592

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
25/4209
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Verordening bekostiging leerlingenvervoer Den Haag 2024Art. 29 Verordening bekostiging leerlingenvervoer Den Haag 2024Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing hardheidsclausule bij afwijzing leerlingenvervoer speciaal onderwijs

Eiseres heeft voor haar dochter, die speciaal onderwijs volgt en niet zelfstandig naar school kan, leerlingenvervoer aangevraagd. Verweerder wees dit af omdat de school niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is. Eiseres beriep zich op de hardheidsclausule vanwege de bijzondere situatie, waaronder het langdurig ontbreken van onderwijs en het ontbreken van passende alternatieven.

De rechtbank constateert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gekozen school de dichtstbijzijnde toegankelijke school is, maar erkent de bijzondere omstandigheden, zoals het langdurig thuiszitten van de dochter, de autismekenmerken en het risico op uitval bij verandering van schoolomgeving.

De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid de hardheidsclausule had moeten toepassen en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van leerlingenvervoer en draagt verweerder op de hardheidsclausule toe te passen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/4209

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E.J.W.F. Deen),
en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. C. Mauricio de Oliveira).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor leerlingenvervoer voor haar dochter voor het schooljaar 2024-2025.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres woont met haar twee kinderen in [woonplaats] . [dochter] , de dochter van eiseres van 8 jaar oud [1] , gaat naar het speciaal onderwijs aan [school 1] in [plaats] . Zij kan niet zelfstandig naar school. Eiseres heeft daarom leerlingenvervoer aangevraagd. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat [school 1] niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. [dochter] heeft ruim een jaar thuis gezeten en geen onderwijs genoten. Eiseres heeft lang gezocht naar scholen waar haar dochter terecht kon. [school 1] was de enige school die passend onderwijs kon en wilde bieden. Andere, dichterbij huis gelegen scholen waren hiertoe niet in staat of bereid. Eiseres heeft met meerdere scholen contact gehad. Zij gaven aan dat zij haar dochter niet konden aannemen. Uiteindelijk heeft een onderwijsconsulent eiseres geholpen en bleek [school 1] wel bereid [dochter] aan te nemen en onderwijs te bieden. In verband hiermee heeft eiseres op 11 december 2024 een aanvraag leerlingenvervoer ingediend. In beroep heeft eiseres onder meer ondersteuning overgelegd van de afwijzing door meerdere scholen.
3.1.
De afwijzing van leerlingenvervoer brengt eiseres in een zeer lastige positie. [dochter] kan niet zelfstandig naar school en het is voor eiseres, als alleenstaande werkende moeder praktisch onmogelijk om haar kinderen zelf naar school te brengen. Eiseres beroept zich daarom op de hardheidsclausule.
Wat zijn de regels?
4. Op grond van artikel 9 van Pro de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Den Haag 2024 (de Verordening) wordt een vervoersvoorziening toegekend voor vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weg gelegen school minder kosten met zich meebrengt en de ouders schriftelijk met dat vervoer instemmen.
4.1.
In artikel 29 van Pro de Verordening is een hardheidsclausule opgenomen waarmee verweerder een artikel buiten toepassing kan laten of daarvan kan afwijken voor zover toepassing daarvan gelet op het doel en het belang van de verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De vraag die bij de rechtbank voorligt is of verweerder de aanvraag van eiseres voor leerlingenvervoer voor haar dochter met een beroep op de hardheidsclausule in redelijkheid mocht afwijzen. Tussen partijen is daarbij niet in geschil dat [dochter] is aangewezen op leerlingenvervoer om naar speciaal onderwijs te gaan.
Dichtstbijzijnde toegankelijke school
6. Verweerder kent volgens artikel 9 van Pro de Verordening een vervoersvoorziening toe voor vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. De dochter van eiseres gaat nu naar [school 1] . Deze school is op een afstand van 4,16 kilometer vanaf huis gelegen. In het primaire besluit heeft verweerder vastgesteld dat er drie andere scholen zijn die dichterbij zijn gelegen. Namelijk:
- [school 2]
(2,47 km afstand van huis);
- [school 3]
(3,15 km afstand van huis); en
- [school 4]
(3,34 km afstand van huis). [2]
7. Eiseres heeft niet betwist dat deze scholen dichterbij zijn gelegen. Van deze dichterbij gelegen scholen heeft eiseres alleen een schriftelijke afwijzing van [school 2] verstrekt. Er zijn geen stukken waaruit blijken dat de andere twee scholen niet in staat of bereid waren passend onderwijs aan eiseres dochter te bieden of dat zij handelingsverlegen zijn. Hoewel eiseres stelt dat zij telefonisch is afgewezen en dat het moeilijk is om een schriftelijke afwijzing te krijgen, is de rechtbank ook niet gebleken dat eiseres allebei de scholen om plaatsing heeft verzocht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres daarmee niet aannemelijk gemaakt dat [school 1] de dichtstbijzijnde voor haar dochter toegankelijke (en passende) school is.
Hardheidsclausule
8. Eiseres voert aan dat naar haar bijzondere omstandigheden moet worden gekeken en dat de hardheidsclausule [3] moet worden aangepast.
9. Nu toepassing van de hardheidsclausule een bevoegdheid is van verweerder moet de rechtbank de weigering tot toepassing en de motivering hiervan, terughoudend toetsen. De rechtbank overweegt verder dat de hardheidsclausule tot doel heeft onbillijkheden van overwegende aard, die zich ten aanzien van personen bij een strikte toepassing van de bepalingen van de verordening zouden voordoen, weg te nemen. De toepassing van de hardheidsclausule is niet aan enige beperking gebonden, zodat rekening kan worden gehouden met alle feiten en omstandigheden. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verweerder in redelijkheid kon besluiten geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule.
10. De rechtbank is het eens met verweerder dat het in principe de verantwoordelijkheid is van ouders om hun kinderen naar school te brengen. Dat eiseres een werkende alleenstaande ouder is, twee kinderen heeft die naar verschillende scholen gaan en dat een sociaal netwerk ontbreekt, maakt de situatie van eiseres niet bijzonder (genoeg). Maar, er zijn wel andere omstandigheden in dit specifieke geval die de situatie van eiseres (en haar dochter) zodanig bijzonder maken, dat verweerder in redelijkheid tot toepassing van de hardheidsclausule had moeten komen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
10.1.
[dochter] heeft op zeer jonge leeftijd meer dan een jaar geen toegang tot onderwijs gehad. Dit was in overleg met de leerplicht. Eiseres heeft verschillende scholen benaderd. Uiteindelijk is het eiseres pas met behulp van een onderwijsconsulent [4] gelukt een passende school voor [dochter] te vinden. Van [school 2] , [school 5] en van [school 6] heeft zij schriftelijke afwijzingen verstrekt. De onderwijsconsulent heeft verder verklaard dat [dochter] (ook) niet werd aangenomen op [school 7] en [school 8] . Daarnaast heeft de onderwijsconsulent verklaard dat moeder meerdere SBO scholen heeft benaderd die haar telefonisch hebben afgewezen en dat een schriftelijke afwijzing moeilijk te krijgen is. Uiteindelijk is een plek gevonden voor [dochter] op [school 1] . Zij hebben na een uitgebreide observatieperiode besloten [dochter] te accepteren als leerling van hun school. Hieruit volgt dat [dochter] op zeer jonge leeftijd langere tijd zonder onderwijs heeft gezeten, terwijl moeder al het mogelijke heeft gedaan om een SBO-school voor haar te vinden. Zij heeft hierbij ook hulp gezocht. De rechtbank acht verder van belang dat het verschil in afstand tussen de twee dichtstbijzijnde scholen waarvan eiseres geen afwijzing op schrift heeft, en de huidige school maximaal één kilometer is. Ook van belang acht de rechtbank dat uit het rapport van de orthopedagoog volgt dat [dochter] bekend is met kenmerken van autisme. Zij zit volgens eiseres eindelijk op haar plek en het zou onverantwoord zijn haar nu weer uit haar vertrouwde omgeving te halen. Dit zou het risico kunnen geven dat zij opnieuw uitvalt en weer buiten het schoolsysteem valt. De directeur van [school 1] heeft verklaard dat [dochter] door het ontbreken van leerlingenvervoer niet op tijd op school komt, wat een grote sociale en emotionele impact op haar heeft. Zij mist daardoor structureel een dag start (moment om te “landen” en aangehaakt te raken bij de groep). Gezien deze bijzondere omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank dan ook van oordeel dat verweerder in redelijkheid de hardheidsclausule had moeten toepassen.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep zal gegrond worden verklaard en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Nu het schooljaar 2024-2025 al is verstreken, ziet de rechtbank geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien, omdat zij niet kan inschatten welke - financiële - gevolgen het toepassen van de hardheidsclausule heeft. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de mogelijke kosten vergoed kunnen worden. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stel de rechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
13. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder ook het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeeld verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A. Timmer, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op het moment van de uitspraak.
2.De hier gegeven afstanden heeft verweerder in het primaire besluit genoemd.
3.Artikel 29 van Pro de Verordening.
4.Van Stichting Onderwijsconsulenten.