Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9595

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
NL24.50110 en NL25.1731
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 4:84 AwbArt. 7:3 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wegens ontbreken mvv en paspoort

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk met het verzoek om vrijstelling van het mvv-vereiste, omdat hij niet veilig naar Sierra Leone kan terugkeren. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige mvv en paspoort, en het niet aannemelijk maken van beschermenswaardig privé- of familieleven in Nederland.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. Hoewel eiser stelt dat hij een duurzame relatie heeft en zorgt voor de kinderen van zijn partner, is dit onvoldoende onderbouwd om vrijstelling van het mvv-vereiste te rechtvaardigen. De omstandigheden in Sierra Leone zijn reeds beoordeeld in een eerdere asielprocedure, waarin is vastgesteld dat terugkeer niet onveilig is.

Verder is de hoorplicht niet geschonden omdat het bezwaar van eiser niet gemotiveerd was. Het terugkeerbesluit uit de asielprocedure blijft van kracht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bodemzaak is afgerond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een geldige mvv en paspoort.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.50110 en NL25.1731
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser], [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning ‘humanitair niet-tijdelijk’. Ook beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Verweerder heeft eisers aanvraag met het besluit van 25 september 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 november 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en is zelf niet verschenen. Verweerder heeft voorafgaand aan de zitting laten weten niet aanwezig te zullen zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft op 16 mei 2023 een aanvraag gedaan tot verlening van een verblijfsvergunning ‘humanitair niet-tijdelijk’. Eiser heeft hierbij verzocht om vrijstelling van het vereiste om over een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te beschikken. Hij kan niet terug naar zijn land van herkomst Sierra Leone om vanuit daar een mvv aan te vragen, omdat hij in Sierra Leone gezocht wordt. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser een oproep van de politie overgelegd en een pamflet waaruit blijkt dat hij wordt gezocht.
3. Omdat eiser niet heeft aangegeven voor welk verblijfsdoel hij een verblijfsvergunning ‘humanitair niet-tijdelijk’ wenst, heeft verweerder aangenomen dat het gaat om een aanvraag met als verblijfsdoel ‘privéleven in het kader van artikel 8 EVRM Pro [1] ’. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser geen geldige mvv heeft. Een vrijstelling van het mvv-vereiste is mogelijk als uitzetting in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM. Eiser heeft niet gesteld dat hij familie- of gezinsleven onderhoudt in Nederland en het is verweerder ook niet gebleken dat hier sprake van is. Ook is er volgens verweerder geen sprake van beschermenswaardig privéleven van eiser in Nederland. Hoewel eiser tijdens zijn verblijf in Nederland sinds 2019 enig privéleven zal hebben opgebouwd, weegt het belang van de Nederlandse overheid zwaarder dan het belang van eiser bij het uitoefenen van zijn privéleven in Nederland. Verder is er geen aanleiding om eiser vrij te stellen van het mvv-vereiste omdat het hanteren van het vereiste onredelijk hard zou zijn voor hem. [2] De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd, zijn asielomstandigheden op basis waarvan zijn asielaanvraag op 17 januari 2023 is afgewezen. Ook ziet verweerder geen aanleiding om vanwege bijzondere omstandigheden af te wijken van de beleidsregels en eisers aanvraag toch in te willigen. [3] Naast het feit dat eiser geen geldige mvv heeft overgelegd, heeft eiser ook geen kopie van een geldig paspoort overgelegd. Hierdoor voldoet hij ook niet aan het paspoortvereiste. Verweerder heeft het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard, en heeft eiser daarom ook niet gehoord in bezwaar. [4] Tot slot heeft verweerder erop gewezen dat in het asielbesluit van 17 januari 2023 al een terugkeerbesluit is opgelegd aan eiser. Omdat eiser geen gehoor heeft gegeven aan dit terugkeerbesluit, heeft verweerder een inreisverbod opgelegd. [5]
Wat vindt eiser in beroep?
4. Verweerder heeft ten onrechte de onveilige situatie voor eiser in Sierra Leone niet betrokken bij het bestreden besluit. Ten onrechte stelt verweerder dat deze omstandigheden niet kunnen leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule. Ook heeft verweerder gebrekkig getoetst of hij vanwege bijzondere omstandigheden had moeten afwijken van zijn beleid. Verweerder heeft hierbij onvoldoende gekeken naar de specifieke, persoonlijke omstandigheden van eiser en de ernst van de bedreigingen die hij in Sierra Leone ervaart. Verder is er wel sprake van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM. Eiser heeft al drie jaar een duurzame en exclusieve relatie en eiser zorgt ook voor de kinderen van zijn partner. Als verweerder het terugkeerbesluit en inreisverbod handhaaft, is dit een aanzienlijke inbreuk op eisers recht op familieleven. Verweerder heeft niet aangegeven waarom er een terugkeerbesluit is uitgevaardigd.
Ook heeft verweerder eiser ten onrechte niet gehoord in bezwaar.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers aanvraag heeft kunnen afwijzen omdat hij niet beschikt over een geldige mvv. De rechtbank licht dit hierna verder toe.
Vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 8 van Pro het EVRM
6. Verweerder heeft eiser niet vrij hoeven stellen van het mvv-vereiste omdat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van Pro het EVRM. Eiser heeft geen beroepsgronden ingediend tegen verweerders beoordeling van zijn privéleven onder artikel 8 van Pro het EVRM. Wel heeft eiser, voor het eerst in beroep, aangevoerd dat hij familie- en gezinsleven onderhoudt in Nederland. Verweerder heeft hierover in het verweerschrift kunnen opmerken dat eiser met de enkele opmerking dat hij een gezin vormt in Nederland met zijn partner en kinderen, niet heeft aangetoond dat er sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM.
Vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule
7. Verweerder heeft in de door eiser aangevoerde redenen in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om de hardheidsclausule toe te passen en eiser vrij te stellen van het mvv-vereiste. Dat eiser niet terug zou kunnen keren naar Sierra Leone omdat hij daar niet veilig is, is een omstandigheid die al beoordeeld is in zijn eerdere asielprocedure. In die procedure is in rechte vast komen te staan dat niet aannemelijk is dat eiser problemen heeft ondervonden of zal ondervinden in Sierra Leone. [6] Daarom valt niet in te zien waarom niet van eiser verlangd zou mogen worden dat hij teruggaat naar Sierra Leone om een mvv aan te vragen.
Artikel 4:84 van Pro de Awb
8. Verweerder heeft ook in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om op grond van artikel 4:84 van Pro de Awb af te wijken van zijn beleid. Niet is gebleken dat vasthouden aan het beleid voor eiser gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Eiser voert in dit kader als bijzondere omstandigheid opnieuw aan dat hem bij terugkeer naar Sierra Leone problemen te wachten staan, maar zoals ook hiervoor is overwogen, is al in rechte vast komen te staan dat niet aannemelijk is dat eiser problemen zal ondervinden in Sierra Leone.
Hoorplicht
9. De hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld dat het uitgangspunt is dat een vreemdeling in bezwaar moet worden gehoord. [7] Maar de plicht om te horen in bezwaar is wel afhankelijk van wat de vreemdeling in bezwaar heeft aangevoerd. Wanneer een vreemdeling nalaat om zijn bezwaar te motiveren of in zijn bezwaarschrift alleen maar een herhaling van zetten geeft, kan verweerder het bezwaar redelijkerwijs afwijzen als kennelijk ongegrond. Hij hoeft dan niet te horen. [8] De bezwaargronden van eiser bevatten enkel een herhaling van zetten zonder nadere onderbouwing. Verweerder heeft het bezwaar gelet hierop kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond en heeft daarom ook kunnen afzien van horen. De rechtbank oordeelt dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden.
Terugkeerbesluit
10. Eisers beroepsgrond dat verweerder niet gemotiveerd heeft waarom een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, slaagt niet. Verweerder heeft in deze procedure geen terugkeerbesluit uitgevaardigd, maar enkel verwezen naar het terugkeerbesluit dat al is uitgevaardigd in het asielbesluit van 17 januari 2023. Dat terugkeerbesluit staat in rechte vast, maar eiser is niet teruggekeerd. De vertrekplicht die daaruit voortvloeit geldt daarom nog steeds. Het is de rechtbank, ambtshalve toetsend, niet gebleken dat het terugkeerbesluit in strijd is met het beginsel van non-refoulement.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond.
12. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit. [9]
13. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.Zie artikel 3.71, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb) en paragraaf B1/4.1.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc).
3.Zie artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
4.Op grond van artikel 7:3, eerste lid, onder b van de Awb.
5.Op grond van artikel 66a, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw).
6.Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 22 februari 2023, NL23.1730 (niet gepubliceerd).
7.Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.
8.Dat blijkt uit artikel 7:3 van Pro de Awb.
9.Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Awb.