ECLI:NL:RBDHA:2026:9597
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning arbeid als zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel arbeid als zelfstandige, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op het niet voldoen aan de voorwaarden, waaronder het ontbreken van een gedegen ondernemingsplan, onvoldoende inzicht in inkomsten en onvoldoende bewijs van relevante werkervaring.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld waarbij eiseres zich heeft laten vertegenwoordigen, maar zelf niet is verschenen. Verweerder was niet aanwezig. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de stukken onvoldoende zijn om advies te vragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en dat de aanvraag terecht is afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende financiële onderbouwing heeft gegeven, zoals een gedetailleerd financieel plan en liquiditeitsprognose, en dat de marktanalyse te algemeen is. Ook ontbreekt een onderbouwing van de relevantie van de werkervaring en van de innovaties en investeringen die eiseres stelt te zullen doen.
Verder is geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van het beleid rechtvaardigen en dat de hoorplicht niet is geschonden omdat eiseres niet alle ontbrekende informatie heeft aangeleverd. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak inmiddels is beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.