3.4.Gebruikte bewijsmiddelen voor feit 1 subsidiair en feit 2
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal van onderzoek ‘KALEBAS’, onderzoeksnummer DHRAA25023, van de politie eenheid Den Haag, district Zoetermeer – Leidschendam / Voorburg, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 328).
Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 subsidiair
1. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 oktober 2023, voor zover inhoudende (p. 271-272):
Ik, verbalisant, hoofdagent en werkzaam bij de Dienst Landelijke Recherche van de Landelijke Eenheid, verklaar het volgende:
Op woensdag 20 april 2022 is een strafrechtelijk onderzoek gestart onder de naam 26Westham. Het onderzoek richtte zich op een toen nog onbekende verdachte (NN01). Tijdens het onderzoek is het vermoeden ontstaan dat NN01 zeer waarschijnlijk kan worden aangeduid als:
Voornamen: [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1980
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Bij de aanhouding van [verdachte] werden in zijn fouillering meerdere telefoons aangetroffen. Een van de aangetroffen telefoons betrof een mobiele telefoon van het merk iPhone, type 12.
De volgende gegevens bleken aan het toestel gekoppeld:
Telefoonnummer: [telefoonnummer 1]
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] betreft het getapte telefoonnummer van de verdachte [verdachte] . Uit de gesprekken bleek dat de verdachte [verdachte] ook daadwerkelijk de gebruiker was van dit nummer.
Op de telefoon bleken in ieder geval de navolgende chatapplicaties te zijn geïnstalleerd:
Applicatie
Gebruikersnaam
Whatsapp
[telefoonnummer 1]
Signal
[verdachte]
Telegram
[account 1]
Threema
[account 2]
Wickr
[account 3]
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 14 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 50-57):
Naar aanleiding van onderzoek PEEN werd verdachte [medeverdachte] op 15 februari 2022 aangehouden. Daarbij werd zijn telefoon in beslag genomen. Op de telefoon van [medeverdachte] was de communicatie-app Signal in gebruik. Het Signal gebruikersaccount [account 4] was van verdachte [medeverdachte] .
Op 7 december 2021 werd een Signal groepsgesprek aangemaakt. Aan dat groepsgesprek namen de onderstaande gebruikersaccounts deel:
1. [account 4]
2. [account 1] met telefoonnummer: [telefoonnummer 1]
3. [account 5]
4. [account 6]
5. [account 7]
Op 7 december 2021 om 04.43 uur stuurt [account 1] dat de loods nodig is voor prep. [account 4] stuurt om 09.44 uur dat ze stand-by zijn. [account 4] schrijft om 11.42 uur dat 'tp' binnen is en laat hem loskoppelen en weg. [account 5] vraagt bij [huisnummer] toch? [account 4] zegt dat het blijkt dat 8 man meegaat en om 13.23 uur dat 'tp' kan terugkomen. Om 13.55 uur schrijft [account 4] dat de wagen is vertrokken.
Gelet op de context wordt vermoed dat met “tp", transport wordt bedoeld. Door [account 5] wordt gevraagd bij [huisnummer] toch. Hierbij wordt opgemerkt dat het autogaragebedrijf ‘ [bedrijf] ’ is gevestigd aan de [straat] [huisnummer] in [plaats 2] .
De volgende dag 8 december 2021 om 01.38 uur vraagt [account 1] of [account 4] onderweg is naar 'de loods'. [account 4] geeft aan dat dit het geval is. [account 5] schrijft dat er jongens aan komen. [account 4] vraagt hoeveel personen er nog komen. Voor die personen vroeg [account 5] de deur te openen. [account 4] schrijft totaal 6 personen ‘binnen’ te hebben. [account 4] vraagt ook hoe laat 'de wagen’ er is. [account 1] antwoordt 'komt er zo aan [account 4] ’ om 06.12 uur.
Uit het bovenstaande wordt zeer aannemelijk dat met ‘de loods’ wordt bedoeld het autogaragebedrijf ‘ [bedrijf] ’ gevestigd aan de [straat] [huisnummer] in [plaats 2] van verdachte [medeverdachte] . Er ontstaat een beeld
dat men in alle vroegte voorbereid op het ontvangst van een wagen in de loods van verdachte [medeverdachte] , en er meerdere personen nodig zijn voor de daaruit voortkomende werkzaamheden.
Om 07.51 uur wordt het groepsgesprek hervat. Er werden afspraken gemaakt dat het sorteren zal plaatsvinden en dat [account 4] foto's moet maken van de afgeleverde tassen. [account 4] laat weten dat 41 tassen eruit zijn gehaald en ‘tp’ vertrokken is. Vervolgens stuurt [account 4] een filmpje en een foto. Hierop zijn zwarte tassen te zien die liggen in de spuitcabine van het garagebedrijf van verdachte [medeverdachte] . Om 08.12 uur reageert [account 5] op het filmpje en de foto. Hij zegt dat er 1640 stuks totaal zijn en 'ze' moeten sorteren.
Om 08.16 uur wordt er afgesproken eerst te sorteren. Dat [account 1] 880 meeneemt. [account 1] vraagt hoe laat hij die kan ophalen en dat de ‘chauf’ startklaar is. [account 5] vraagt 295 rode pakketten apart te zetten met ‘vlam in de pan’. [account 1] zegt te weten dat dit toppers zijn. [account 5] geeft aan dat hij garantie op de spullen krijgt. Er wordt afgesproken wat klaargezet moet worden en dat het soort stempel niet uitmaakt. Maar dat [account 1] de rode pakketten goed vindt en dus rode pakketten krijgt.
Het bovenstaande impliceert dat de blokken een inhoud hebben die normaliter variërend zijn van kwaliteit. Het beeld ontstaat dat zowel [account 5] en [account 1] reageren op de uiterlijke kenmerken van de blokken en daaraan een bepaald waardeoordeel geven. Dit past naadloos in het beeld van de handel in cocaïne.
Om 08.48 uur zegt [account 7] 1624 blokken te tellen. Om 08.49 uur stuurt [account 7] een filmpje met daarop alle blokken zichtbaar gesorteerd en opgestapeld. [account 1] geeft aan dat zijn chauffeur er is en dat die 880 blokken meeneemt om 09.14 uur.
Om 09.16 uur stuurt [account 5] in de chat een foto van een briefje van vijf euro met het serienummer duidelijk zichtbaar. Ook [account 7] stuurt een briefje van vijf euro.
In het bovenstaande lijkt men in gespreksgroep gebruik te maken van tokens. Een briefje van vijf euro, specifieker het serienummer dat daarop staat is zo'n token. Het is een feit van algemene bekendheid dat tokens gebruikt worden in de underground banking om betalingen te doen in bijvoorbeeld de handel van cocaïne.
Om 17.36 uur maakt [account 5] een verdeling op. Afgesproken wordt dat [account 1] 109 restblokken ophaalt. Om 17.36 uur stuurt [account 5] een overzicht van afnemers en de afgenomen hoeveelheden.