ECLI:NL:RBDHA:2026:9628
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing beroep
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 7 juli 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 22 januari 2026 in een zitting te Groningen, waarbij ook een tolk aanwezig was. Op 21 april 2026 deed de rechtbank uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.30892), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.