Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9628

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
NL25.30893
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing beroep

Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 7 juli 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 22 januari 2026 in een zitting te Groningen, waarbij ook een tolk aanwezig was. Op 21 april 2026 deed de rechtbank uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.30892), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30893

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Iraakse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 7 juli 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [1] , op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Ook is een tolk verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.30892, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.30892.