ECLI:NL:RBDHA:2026:9641

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
SGR 25/1468
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Algemene Bepalingen bestemmingsplanArt. 38.1 bestemmingsplan Landelijk gebiedArt. 38.2 bestemmingsplan Landelijk gebiedArt. 38.4 bestemmingsplan Landelijk gebied
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek wegens ontbreken volledig overzicht bestemmingsplannen en overgangsbepalingen

De rechtbank Den Haag heeft op 21 april 2026 besloten het onderzoek in een bestuursrechtelijke zaak te heropenen. Dit volgt op het ontbreken van een uitputtend overzicht van de bestemmingsplannen die van kracht zijn geweest op het perceel sinds 1981. Dit overzicht is essentieel om te kunnen vaststellen of sprake is van een keten van overgangsbepalingen en of het beroep op het gebruiksovergangsrecht succesvol kan zijn.

Eiser stelt dat sinds 1981 een nissenhut op het perceel aanwezig is en dat het perceel sindsdien is gebruikt voor het stallen van caravans en opslag, ondanks dat dit in strijd is met de huidige agrarische bestemming. Het overgangsrecht is geregeld in het huidige bestemmingsplan “Landelijk gebied” en eerdere plannen, maar het dossier bevat geen volledig overzicht van deze plannen en hun overgangsbepalingen.

De rechtbank verzoekt het college om binnen vier weken een overzicht te verstrekken van alle bestemmingsplannen vanaf 1 januari 1981 tot het huidige plan, inclusief inwerkingtredingsdata en relevante overgangsbepalingen. Het college krijgt tevens de gelegenheid om een nader standpunt in te nemen. Eiser krijgt daarna vier weken om schriftelijk te reageren. De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat deze informatie is ontvangen en beoordeeld.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en verzoekt het college om aanvullende stukken over bestemmingsplannen en overgangsbepalingen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1468

heropening van het onderzoek in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: ing. J.L. van Brecht)
en

het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

(gemachtigde: mr. J. dos Santos).

Overwegingen

1. Het beroep is behandeld op de zitting van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2026. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek in deze procedure niet volledig geweest. Het onderzoek zal daarom worden heropend. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
2. Niet in geschil is dat het gebruik van het perceel voor het stallen van caravans in strijd is met de huidige agrarische bestemming van het perceel.
3. Eiser beroept zich op het overgangsrecht dat is neergelegd in artikel 3 van Pro de Algemene Bepalingen van de bij het " [plan] " behorende voorschriften. Eiser stelt dat in 1981 een nissenhut door de NAM is achtergelaten op het perceel en dat deze nadien in gebruik is genomen als opslagruimte voor zijn paardenbedrijf, stalling van huifkarren, caravans, enz.
3.1.
Om een geslaagd beroep te kunnen doen op het overgangsrecht, dient het gebruik waarop de last betrekking heeft in ieder geval ook onder het gebruiksovergangsrecht van het nu geldende bestemmingsplan “Landelijk gebied” te vallen. Dat overgangsrecht is opgenomen in artikel 38.1 van dat bestemmingsplan. Artikel 38.2 stelt – samengevat – beperkingen aan de mogelijkheid het strijdige gebruik te veranderen en uit artikel 38.4 volgt dat het strijdige gebruik niet langer dan een jaar mag worden onderbroken. Op grond van artikel 38.4 van het bestemmingsplan is het overgangsrecht van artikel 38.1 niet van toepassing op gebruik dat in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
3.2.
Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “Landelijk gebied” zijn meerdere bestemmingsplannen op het perceel van kracht geweest. Daaruit volgt dat voor beantwoording van de vraag of eiser een geslaagd beroep kan doen op het overgangsrecht, een ‘keten van overgangsbepalingen’ relevant is. Ter toelichting wijst de rechtbank op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1663).
3.3.
Het dossier biedt geen volledig overzicht van de bestemmingsplannen die voor het perceel van kracht zijn geweest vanaf 1981 – het jaar waarin eiser kennelijk de beschikking kreeg over de nissenhut en startte met het stallen van caravans – tot aan het nu geldende bestemmingsplan “Landelijk gebied”. Daarmee bestaat ook geen inzicht in de vorenbedoelde ‘keten van overgangsbepalingen’.
3.4.
Gelet op het voorgaande verzoekt de rechtbank het college om (1) een overzicht te geven van de bestemmingsplannen die op het perceel van kracht zijn geweest in de periode vanaf 1 januari 1981 tot aan de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “Landelijk gebied”. In dat kader wordt verzocht om (2) voor de in het overzicht opgenomen bestemmingsplannen de inwerkingtredingsdatum te vermelden en (3) om de relevante overgangsbepalingen van deze bestemmingsplannen over te leggen. De rechtbank geeft het college hiervoor een termijn van vier weken. Binnen deze termijn kan het college, indien hij dat wenst, een nader standpunt innemen over het beroep van eiser op het overgangsrecht.
4. Eiser zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk te reageren op de door het college overgelegde stukken. De rechtbank zal eiser hiervoor ook een termijn van vier weken geven.
Beslissing
De rechtbank:
  • heropent het onderzoek;
  • verzoekt het college om binnen vier weken na ontvangst van deze beslissing (1) een overzicht te geven van de bestemmingsplannen die op het perceel van kracht zijn geweest in de periode vanaf 1 januari 1981 tot aan de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “Landelijk gebied”, (2) voor de in het overzicht opgenomen bestemmingsplannen de inwerkingtredingsdatum te vermelden, en (3) om de relevante overgangsbepalingen van deze bestemmingsplannen over te leggen;
  • stelt het college in de gelegenheid om binnen deze gestelde termijn van vier weken, indien hij dat wenst, een nader standpunt in te nemen over het beroep van eiser op het overgangsrecht;
  • stelt eiser in de gelegenheid om binnen een termijn van vier weken na ontvangst van de nadere stukken van het college schriftelijk te reageren;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven op 21 april 2026 door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Gerde, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van deze beslissing is verzonden aan partijen op: