Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9647

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
11987304 EJ VERZ 25-82064
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:13 BWArt. 4:215 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor verkoop vakantiehuis en procedure tegen langstlevende echtgenote in nalatenschapsafwikkeling

De vereffenaar van de nalatenschap van de overleden erflater verzocht toestemming om een gerechtelijke procedure te starten tegen de langstlevende echtgenote en om het vakantiehuis te verkopen om de kosten van deze procedure te kunnen dekken.

De langstlevende echtgenote maakte bezwaar tegen de verkoop van het vakantiehuis, stellende dat de verkoop niet noodzakelijk of proportioneel is en dat alternatieve middelen, zoals verkoop van een garage of aandelen, beschikbaar zijn om de kosten te dekken.

Diverse belanghebbenden, waaronder de kinderen van de erflater en de testamentair bewindvoerder, onderschreven het standpunt van de vereffenaar dat verkoop van het vakantiehuis noodzakelijk is vanwege de omvang van de schulden en het ontbreken van voldoende liquide middelen.

De kantonrechter oordeelde dat de vereffening moeizaam verloopt, dat de nalatenschap onvoldoende liquide middelen bevat om de schulden te voldoen, en dat het vakantiehuis daarom verkocht moet worden. Het bezwaar van de langstlevende echtgenote werd ongegrond verklaard en de vereffenaar kreeg toestemming om de procedure te starten en het vakantiehuis te verkopen.

Uitkomst: Bezwaar tegen verkoop vakantiehuis ongegrond verklaard; vereffenaar krijgt toestemming voor verkoop en procedure tegen langstlevende echtgenote.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Den Haag
Team kanton
zaaknummer / rekestnummer: 11987304 EJ VERZ 25-82064
Beschikking van 20 maart 2026
in de zaak van
mr. A.R. Autar,
in zijn hoedanigheid van vereffenaar van na te melden nalatenschap,
kantoorhoudende te Rotterdam,
hierna: de vereffenaar,
verzoeker in het verzoek,
verweerder in het tegenverzoek,
en
[partij B],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [partij B] ,
belanghebbende in het verzoek,
verzoekster in het tegenverzoek,
gemachtigde: mr M.G. Hees,
waarin als belanghebbenden worden aangemerkt:

1.[belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna: [belanghebbende 1] ,

2.[belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna: [belanghebbende 2] ,

3.[belanghebbende 3] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna: [belanghebbende 3] ,
gemachtigde: mr. D.W. Ruys,

4.de stichting [belanghebbende 4] ,

in haar hoedanigheid van testamentair bewindvoerder over de erfrechtelijke verkrijgingen van:
[naam 1],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [naam 1] ,
[naam 2],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [naam 2] ,
gemachtigde: mr. I.F. van Schagen,
gevestigd te [woonplaats] ,
hierna: [belanghebbende 4] ,
gemachtigde van [belanghebbende 4] : mr. A.H.N. Stollenwerck.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de vereffenaar met producties, ingekomen op 13 november 2025, het tegenverzoek van [partij B] , ingekomen op 19 november 2025, en de standpunten van [belanghebbende 2] , mr. D.W. Ruys namens [belanghebbende 3] , mr. I.F. van Schagen namens [naam 2] , en mr. A.H.N. Stollenwerck namens [belanghebbende 4] .

2.De beoordeling

2.1.
Bij beschikking van 27 januari 2023 is mr. A.R. Autar benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van
[erflater](hierna: erflater), overleden op [datum] 2020 te Dordrecht. Ten tijde van zijn overlijden was erflater gehuwd met [partij B] , met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen. [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [naam 1] en [naam 2] zijn de kinderen van erflater.
2.2.
Erflater heeft bij testament van 7 december 2006 over zijn nalatenschap beschikt. In het testament zijn tot erfgenamen benoemd [partij B] (voor 10 procent) en zijn kinderen tezamen, ieder voor een gelijk deel, voor het restant. De wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 BW Pro is van toepassing verklaard, zodat [partij B] van rechtswege alle goederen van de nalatenschap heeft verkregen en de voldoening van de schulden van de nalatenschap – waaronder de schulden uit hoofde van de legaten – voor rekening van [partij B] komt. Er is testamentair bewind ingesteld over de verkrijgingen van de kinderen, tot die de leeftijd van dertig jaar bereiken, zodat het bewind thans geldt over de erfrechtelijke verkrijgingen van [naam 1] en [naam 2] . [belanghebbende 4] is als bewindvoerder benoemd.
2.3.
Aan ieder van de kinderen is een geldbedrag van € 1.250.000,- gelegateerd, verminderd met reeds gedane schenkingen. Verder is aan de kinderen samen een boot gelegateerd. Aan [partij B] is gelegateerd de woning te [plaats 1] , de inboedel en een collectie aquarellen. De nalatenschap is door de erfgenamen beneficiair aanvaard.
het verzoek, het tegenverzoek en de standpunten van de belanghebbenden
2.4.
De vereffenaar heeft de kantonrechter toestemming verzocht om een procedure in te stellen tegen [partij B] . In dat verband heeft de vereffenaar laten weten dat hij voornemens is om over te gaan tot verkoop van het vakantiehuis te [plaats 2] (hierna: het vakantiehuis), om deze procedure(s) te kunnen bekostigen. [partij B] heeft de kantonrechter daarop verzocht om op de voet van artikel 4:215 lid 2 BW Pro een beslissing te nemen over de voorgenomen verkoop, aangezien zij hier bezwaar tegen heeft.
2.5.
[partij B] heeft over de voorgenomen verkoop van het vakantiehuis het volgende aangevoerd. Het is in dit stadium van de vereffening niet aan de orde om de schulden uit legaten te voldoen, zoals door mr. Ruys en mr. Stollenwerck is gesteld. Weliswaar moet er een procedure worden ingesteld om duidelijkheid te krijgen over de vermeende vorderingen, maar [partij B] acht de verkoop van het vakantiehuis niet noodzakelijk en niet proportioneel, nu volgens haar de advocaatkosten niet zo hoog kunnen zijn en deze ook niet in één keer hoeven te worden voldaan. Daarnaast zou de garage kunnen worden verkocht om deze kosten te dekken. De huidige WOZ waarde daarvan bedraagt € 44.000,-. Ook zouden de certificaten van aandelen in [bedrijfsnaam] B.V. (gedeeltelijk) te gelde kunnen worden gemaakt.
2.6.
Mr. Stollenwerck heeft namens [belanghebbende 4] aangevoerd dat, nog daargelaten dat [naam 2] zich niet zonder medewerking van de bewindvoerder in het geding had mogen mengen, het niet in het (financiële) belang van [naam 1] en [naam 2] is om het vakantiehuis niet te verkopen, omdat zij geen goederen uit de nalatenschap verkrijgen maar slechts geldvorderingen hebben op de nalatenschap.
2.7.
[belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben te kennen gegeven dat naar hun mening niet alleen het vakantiehuis maar al het onroerend goed verkocht dient te worden voor zover dat voor een behoorlijke vereffening noodzakelijk is. Zij onderschrijven de stellingen van mr. Stollenwerck (namens [belanghebbende 4] ) in diens brief van 16 februari 2026, waarin hij onder andere aangeeft dat het onzeker is of de vordering op [partij B] daadwerkelijk kan worden geïnd en dat die onzekerheid het creëren van liquiditeit (om de geldlegaten te kunnen voldoen) via verkoop van het onroerend goed op korte termijn noodzakelijk maakt.
2.8.
Het standpunt van [naam 2] is door mr Van Schagen naar voren gebracht. [naam 2] heeft bezwaar tegen de voorgenomen verkoop van het vakantiehuis, gelet op de grote emotionele waarde die dit huis voor hem heeft. Het aan hem toekomende legaat zou wat hem betreft kunnen worden omgezet in een geldlening of iets dergelijks, en zou niet behoeven te worden uitgekeerd in contanten, waardoor goederen van de nalatenschap verkocht zouden moeten worden.
2.9.
Het standpunt van [belanghebbende 1] is niet bekend.
De beslissing van de kantonrechter
2.10.
Op grond van artikel 4:215 lid 1 BW Pro maakt de vereffenaar goederen van de nalatenschap te gelde voor zover dit nodig is voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap. Omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking treedt de vereffenaar zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen. Als tegen de voorgenomen tegeldemaking bezwaren bestaan wordt de erfgenaam in de gelegenheid gesteld om een beslissing van de kantonrechter in te roepen (artikel 4:215 lid 2 BW Pro).
2.11.
Uit de stukken en de behandeling ter zitting is duidelijk naar voren gekomen dat de vereffening van de nalatenschap moeizaam verloopt. De vereffenaar is drie jaar geleden benoemd maar het is in de afgelopen periode niet gelukt om met de erfgenamen/legatarissen in overleg tot afwikkeling van de nalatenschap te komen. Het staat vast dat de omvang van de nalatenschap niet toereikend is om de schulden uit de legaten volledig te voldoen. De vorderingen die de vereffenaar op [partij B] meent te hebben, belopen – zoals ter zitting is aangegeven – in totaal een bedrag van bijna € 1.000.000,-. Het is niet gelukt om met [partij B] tot overeenstemming te komen over de vermeende vorderingen; zij neemt daarover een ander standpunt in. De vereffenaar acht het daarom raadzaam een procedure in te stellen met betrekking tot deze vorderingen op [partij B] , en is in verband daarmee voornemens het vakantiehuis te gelde te maken. De vereffenaar heeft aangegeven dat de [belanghebbende 4] kenbaar heeft gemaakt gelden voor de procedure beschikbaar te stellen in de vorm van een geldlening, onder de voorwaarde dat het vakantiehuis wordt verkocht.
2.12.
De kantonrechter acht het noodzakelijk dat het vakantiehuis wordt verkocht. Er moet duidelijkheid komen over de vorderingen op [partij B] , zodat een betere inschatting kan worden gemaakt van de omvang van de nalatenschap. Vast staat dat er in de boedel onvoldoende liquiditeiten zijn om de advocaatkosten voor de procedure(s) te kunnen voldoen. Verder is ter zitting vastgesteld dat, ook als de vorderingen op [partij B] volledig worden toegewezen, de nalatenschap nog steeds niet voldoende is om de schulden te kunnen betalen. Dat betekent dat onroerend goed te gelde moet worden gemaakt, en dus in ieder geval het vakantiehuis zal moeten worden verkocht, nu verkoop van de garage – ook bij een WOZ-waarde van € 44.000,00 – daarvoor onvoldoende oplevert. Het is begrijpelijk dat het vakantiehuis een emotionele waarde vertegenwoordigt, maar dit belang kan niet opwegen tegen het belang de nalatenschap op een juiste en voortvarende wijze af te wikkelen. Daarbij komt dat de erflater juist met het oog op de bescherming van de financiële belangen van [naam 2] en [naam 1] – nu zij geen goederen uit de nalatenschap verkrijgen – hun verkrijgingen onder bewind heeft gesteld, zoals namens de bewindvoerder terecht is opgemerkt. De verkoop van de certificaten van aandelen is niet aan de orde, nu de vereffenaar niet bevoegd is deze te gelde te maken. Bovendien staat niet vast of de in de boedelbeschrijving opgenomen waarde ervan juist is en ook niet of de certificaten makkelijk liquide te maken zijn om daarmee de schulden van de nalatenschap te voldoen.
2.13.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar van [partij B] tegen de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van het vakantiehuis ongegrond zal worden verklaard. Het verzoek van de vereffenaar tot het verlenen van toestemming om een gerechtelijke procedure te voeren en een vordering in te stellen tegen [partij B] wordt toegewezen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart het bezwaar van [partij B] tegen de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van het vakantiehuis te [plaats 2] ongegrond;
3.2.
staat de vereffenaar toe een gerechtelijke procedure te starten en een vordering in te stellen tegen [partij B] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Japenga, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026.