4.5.Bewijsoverwegingen
Feiten 4 en 5: hennepkwekerij [adres 2]
Op 12 februari 2021 heeft de politie in de kelder van een pizzeria, op de [adres 2] , een hennepkwekerij aangetroffen. De verbalisanten hebben waarnemingen gedaan die duiden op een eerdere oogst. Namens Evides en Stedin is aangifte gedaan voor diefstal van water en elektriciteit op het voornoemde adres.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of ten aanzien van de verdachte sprake is van medeplegen van deze feiten.
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer vast is komen te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Uit het onderzoek op de terechtzitting en de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte het volgende af.
In afgetapte telefoongesprekken van de verdachte komt naar voren dat hij regelmatig telefonisch contact had met de eigenaar van de voornoemde pizzeria, [naam 1] (hierna: [naam 1] ). In een gesprek op 20 mei 2019 deelt de verdachte aan [naam 1] mee dat hij er over 20 minuten is, waarop de telefoon van de verdachte een half uur later verbindt met een zendmast in Monster. Uit onderzoek naar de telefoon van de verdachte blijkt dat deze tussen 20 mei 2019 en 27 september 2019 zestien keer verbonden was met zendmasten in Monster en dat het adres [adres 2] valt binnen het dekkingsgebied van die zendmasten.
Uit de afgetapte telefoongesprekken volgt verder dat de verdachte en [naam 1] in versluierde taal spreken over de hennepkwekerij. In een telefoongesprek op 9 juni 2019 vraagt [naam 1] aan de verdachte of hij ‘arpa’ (gerst) moet geven, omdat ‘ze dorst hebben’. De verdachte reageert daarop dat hij dat heeft gegeven voordat hij wegging. In hetzelfde gesprek zegt [naam 1] tegen de verdachte dat hij ermee wil stoppen, maar dat ze er ‘misschien nog 2 of 3 doen’ als onder andere zijn huur wordt betaald. Daarbij komt ook een derde persoon ter sprake, [naam 2] , die bang zou zijn dat er niets overblijft. De verdachte reageert daarop dat [naam 2] blij moet zijn als er 5000 voor hem overblijft wanneer hij geen ruk heeft gedaan. In telefoongesprekken op 29 en 30 juli 2019 bespreken [naam 1] en de verdachte hoe zij moeten omgaan met een aangekondigde afsluiting van het water. In dat gesprek vraagt [naam 1] wat er zal gebeuren als het water wordt afgesloten, waarop de verdachte zegt dat ‘die daar eraan zullen gaan’ vanwege de warmte. In een telefoongesprek op 12 augustus 2019 vraagt [naam 1] aan de verdachte of hij nog veel moet doen, omdat zijn klanten zo zullen komen. De verdachte reageert dat hij klaar is en eraan komt, maar [naam 1] zegt daarop dat er iemand is en dat hij die eerst zal moeten wegsturen. Op dat moment maakte de telefoon van de verdachte verbinding met een zendmast in Monster.
De rechtbank maakt uit het voorgaande op dat de verdachte een essentiële en aansturende rol vervulde in het onderhoud van de kwekerij. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de rol die de verdachte vervulde van voldoende gewicht is om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en zijn medeverdachte(n). Daarom acht de rechtbank het onder 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Feit 5: medeplegen van diefstal van elektriciteit en water
Bij het aantreffen van de hennepkwekerij aan de [adres 2] is gebleken dat de stroom voor de hennepkwekerij buiten de elektriciteitsmeter om werd verkregen door de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast te verbreken. Bovendien was op de toevoerleiding een illegale aansluiting gemaakt. Daarnaast is gezien dat een extra leiding om de watermeter was aangebracht (omloopleiding) zodat een juiste registratie van het waterverbruik niet (meer) mogelijk was.
Uit het tapgesprek van 29 juli 2019 tussen [naam 1] en de verdachte blijkt dat het water tijdelijk wordt afgesloten. [naam 1] zegt: je zal morgen moeten komen. De verdachte beaamt dat en zegt dat hij ‘ [bijnaam] ’ wel langs zal sturen. Uit dit tapgesprek leidt de rechtbank af dat de verdachte zich bezig hield met de wateraansluiting van de hennepkwekerij. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de essentiële en aansturende rol van de verdachte in het onderhoud van de kwekerij, in combinatie met de omstandigheid dat het een feit van algemene bekendheid is dat een hennepkwekerij veel elektriciteit en water verbruikt, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte weet had van de illegale water- en stroomvoorziening en dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het opzettelijk wegnemen van een hoeveelheid water en elektriciteit ten bate van de kwekerij.
Op grond hiervan zal de rechtbank het onder 5 tenlastegelegde medeplegen van de diefstal van water en elektriciteit eveneens bewezen verklaren.
Feit 7: medeplegen van witwassen
Juridisch beoordelingskader
Voor een bewezenverklaring van witwassen in de zin van artikel 420bis e.v. Sr is vereist dat het betreffende voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. De rechtbank stelt voorop dat daarvoor niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan bewezen worden geacht als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Of daarvan sprake is moet worden beoordeeld aan de hand van het toetsingskader dat in de rechtspraak is uitgekristalliseerd in een aantal stappen.
Als door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is (stap 1), mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van het voorwerp (stap 2). Deze verklaring moet concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn (stap 3). De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Indien de verdachte een dergelijke verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring (stap 4). Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal dan moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is (stap 5). Als zo’n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen (vgl. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352). Verjaardagsfeest en Piaggio scooter
Uit onderzoek van het iCOV Rapportage Vermogen en Inkomen (hierna: iRVI) blijkt dat de verdachte tussen 2014 en 2018 geen vermogen bezat op zijn bankrekeningen en dat hij, behoudens een bescheiden inkomen in 2015 en 2016, geen geregistreerde inkomsten had. Uit iRVI onderzoek naar de partner van de verdachte, [partner van de verdachte] (hierna: [partner van de verdachte] ), is gebleken dat zij hem nauwelijks financieel behulpzaam kon zijn geweest, nu zij slechts een uitkering genoot en geen geregistreerd vermogen bezat.
Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van een melding bij het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI) onderzoek verricht naar mogelijke contante uitgaven voor een verjaardagsfeest van de zoon van de verdachte. Uit de TCI-informatie kwam naar voren dat de verdachte een verjaardagsfeest voor zijn zoon zou hebben georganiseerd voor een bedrag van € 30.000,-. Op het feest zouden meerdere bekende artiesten hebben opgetreden en de zoon van de verdachte zou een Vespa scooter als cadeau hebben gekregen van de verdachte.
In de telefoon van [partner van de verdachte] zijn beelden aangetroffen die bevestigen dat op 1 juni 2019 een verjaardagsfeest voor de zoon van de verdachte heeft plaatsgevonden, waar onder andere de artiesten Boef, Gio en Keizer hebben opgetreden. Uit navraag bij de evenementenlocatie is gebleken dat het huren van de zaal € 1.500,- heeft gekost en dat dit is voldaan door [naam 3] (hierna: [naam 3] ), ten behoeve van iemand anders. Verder is gebleken dat de verdachte een Piaggio Vespa Sprint scooter met kenteken [kenteken 1] op zijn naam had staan sinds 18 juli 2019.
Op de bankrekeningen van de verdachte en [partner van de verdachte] zijn geen betalingen zichtbaar met betrekking tot het verjaardagsfeest en de scooter, zodat de betalingen daaromtrent contant moeten zijn verricht.
Daar komt bij dat de rechtbank de onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde feiten bewezen zal verklaren. Daaruit volgt dat de verdachte in de periode van 1 maart 2019 tot en met 12 februari 2021 (voorbereidings-)handelingen heeft verricht met betrekking tot de productie van hennep.
Op grond van die feiten en omstandigheden acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat de contante geldbedragen die zijn uitgegeven voor het verjaardagsfeest en de scooter uit misdrijf afkomstig zijn, wat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van die voorwerpen.
De verdachte heeft hierover kort gezegd het volgende verklaard. Hij heeft het feest samen met [naam 3] georganiseerd. Omdat [naam 3] in de evenementenbranche zit, heeft hij de zaal en de optredens van Gio en Keizer voor een goede prijs kunnen regelen. Het optreden van Boef is geregeld door de neef van de verdachte, [neef van de verdachte] (hierna: [neef van de verdachte] ). Hij had eerder gratis diensten verleend aan Boef (tanden bleken), hetgeen ertoe leidde dat Boef het optreden kosteloos wilde doen. De totale kosten voor het feest kwamen neer op een bedrag van € 8.500,-. Het feest is bekostigd met het geld dat cadeau is gegeven door de 200 tot 250 aanwezigen op het feest. In totaal is een bedrag van circa € 22.000,- geschonken. Daarvan is het feest en ook de Piaggio scooter met kenteken [kenteken 1] betaald. De verdachte had de scooter al voorafgaand aan het feest gehaald, maar nadien pas betaald. Het was mogelijk om de scooter later te betalen omdat hij hem heeft gekocht van een bekende van [neef van de verdachte] , die met de verdachte mee was gegaan om te bemiddelen.
[naam 3] en [neef van de verdachte] zijn als getuigen gehoord bij de rechter-commissaris. Zowel [naam 3] als [neef van de verdachte] hebben verklaard dat de artiesten voor een vriendenprijs of zelfs kosteloos hebben opgetreden, wegens de goede band die de getuigen hebben met die artiesten. Verder hebben zij beiden verklaard dat het feest is betaald van de contante geldbedragen die de zoon van de verdachte cadeau heeft gekregen. [neef van de verdachte] heeft verklaard dat dit een gebruikelijke gang van zaken is en dat hij zelf een bedrag van € 500,- in een envelop heeft gegeven. Daarnaast heeft [neef van de verdachte] verklaard dat hij de verdachte heeft voorgesteld bij Scooter Exclusief Lammenschans, waar goede bekenden van hem werken, waardoor de verdachte een betere prijs zou hebben gekregen.
De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven voor de contante uitgaven met betrekking tot het verjaardagsfeest. De rechtbank overweegt daartoe dat zijn verklaring wordt ondersteund door de getuigenverklaringen van [naam 3] en [neef van de verdachte] .
De betaling van de scooter, pas enkele dagen nadat de scooter door de verdachte is meegenomen, roept naar het oordeel van de rechtbank wel vragen op. Het had echter op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om nader onderzoek te doen naar dit onderdeel van de verklaring. Door de verdachte en [neef van de verdachte] is immers vermeld bij welk bedrijf de scooter is gekocht, zodat hun verklaringen geverifieerd hadden kunnen worden. Dat geldt ook voor de afspraken die zijn gemaakt met de artiesten die hebben opgetreden op het feest, waarover concrete informatie is gegeven door de verdachte en de getuigen.
Het uitblijven van nader onderzoek staat naar het oordeel van de rechtbank in de weg aan een bewezenverklaring, nu de lezing van de verdachte niet kan worden uitgesloten. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het medeplegen van witwassen van € 30.000,- voor het verjaardagsfeest en de Piaggio scooter met kenteken [kenteken 1] .
Mercedes AMG met kenteken [kenteken 2] en Rolex
De politie heeft naar aanleiding van TCI-informatie onderzoek verricht naar een mogelijke contante uitgave van de verdachte voor de aankoop van een Mercedes AMG in Duitsland, waarvoor hij meer dan € 40.000,- zou hebben betaald.
Uit het iRVI onderzoek inzake de verdachte is gebleken dat hij een Mercedes AMG met kenteken [kenteken 2] op naam had staan sinds 2 augustus 2019. In afgetapte telefoongesprekken van de verdachte komt naar voren dat hij de Mercedes heeft gekocht van een particulier in Duitsland. Uit onderzoek van de politie naar soortgelijke voertuigen die te koop werden aangeboden, is gebleken dat de verkoopprijs varieert van € 33.790,- tot
€ 42.950,-. Vanaf 11 januari 2021 stond de Mercedes op naam van medeverdachte [partner van de verdachte] .
Op het verblijfadres van de verdachte en [partner van de verdachte] is bij een doorzoeking op 8 juni 2021 een Rolex horloge aangetroffen. De nieuwwaarde van dit horloge is getaxeerd op € 13.600,-.
Zoals eerder is overwogen, beschikten de verdachte en [partner van de verdachte] nauwelijks over geregistreerde inkomsten en vermogen. Op de bankrekeningen van de verdachte en [partner van de verdachte] zijn geen betalingen zichtbaar met betrekking tot de Mercedes en de Rolex, zodat de betalingen daaromtrent contant moeten zijn verricht.
Ook in dit verband noemt de rechtbank dat de onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde feiten bewezen zullen worden verklaard, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat de verdachte in de periode van 1 maart 2019 tot en met 12 februari 2021 (voorbereidings-) handelingen heeft verricht met betrekking tot de productie van hennep.
Op grond van die feiten en omstandigheden acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat de contante geldbedragen die zijn uitgegeven aan de Mercedes en de Rolex uit misdrijf afkomstig zijn, wat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van die voorwerpen.
De verdachte heeft hierover kort gezegd het volgende verklaard. De verdachte is bevriend met [naam 4] (hierna: [naam 4] ), een kunstverzamelaar. De verdachte heeft in 2009 iemand aan [naam 4] geïntroduceerd, die later diverse schilderijen van hem heeft gekocht. Als vergoeding voor deze bemiddeling heeft de verdachte een schilderij gekregen. Omdat [partner van de verdachte] het schilderij niet mooi vond, heeft de verdachte het schilderij later aan [naam 4] terug gegeven en in ruil daarvoor het Rolex horloge gekregen. Vervolgens heeft de verdachte in 2017 of 2018 twee schilderijen van [naam 4] meegenomen en verkocht. Hij heeft de Mercedes gekocht met het geld dat hij met de verkoop van de schilderijen had verdiend. Omdat de verdachte de twee schilderijen van [naam 4] had meegenomen, had hij een schuld bij hem die in delen werd afbetaald. Er was geen afbetalingsregeling op papier gezet, dat ging in goed vertrouwen. De verdachte heeft de schilderijen verkocht aan kennissen die hij niet bij naam wil noemen.
Ook [naam 4] is als getuige gehoord bij de rechter-commissaris. Hij heeft eveneens genoemd dat hij de verdachte in 2009 een schilderij heeft gegeven uit dank voor een bemiddeling en dat dit schilderij later is omgeruild voor een Rolex. Ook heeft hij verklaard dat de verdachte rond 2017 schilderijen had meegenomen en deze voor hem had verkocht. Maar vanaf hier lopen de verklaringen uiteen. Zo verklaart [naam 4] dat het om drie schilderijen ging, waar de verdachte het over twee schilderijen had. Voort heeft [naam 4] verklaard dat de schuld in 2021 is afbetaald terwijl de verdachte heeft verklaard dat hij de schuld nog steeds aan het afbetalen is.
Naast dat er opmerkelijke verschillen in de verklaringen zitten, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte op andere, wezenlijke punten onvoldoende concreet en verifieerbaar. [naam 4] heeft verklaard dat hij individuele transacties niet bijhoudt in zijn administratie en dat de betalingen voor zijn schilderijen contant werden verricht. Toen hem werd gevraagd naar de transacties van de verdachte, verklaarde [naam 4] dat die niet op papier staan, maar alleen in zijn hoofd zitten. De rechtbank overweegt dat het uitsluitend noemen van een bron van herkomst of inkomsten (zoals de verkoop van een schilderij), onvoldoende is om te kunnen spreken van een concrete en verifieerbare verklaring. Omdat de verdachte en [naam 4] geen van de door hen gestelde transacties hebben gedocumenteerd, kunnen hun verklaringen niet worden geverifieerd.
De rechtbank overweegt verder dat [naam 4] op 6 juni 2025 door deze rechtbank is veroordeeld voor het witwassen van geldbedragen in de periode van 1 februari 2017 tot 22 september 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2025:9951). Bovendien is gebleken dat de verdachte en [naam 4] tussen 24 september 2021 en 23 februari 2022 in dezelfde penitentiaire inrichting verbleven. Ten tijde van het indienen van de onderzoekswensen op 21 januari 2022, zijn de verdachte en [naam 4] daarom in de gelegenheid geweest om daarover te spreken met elkaar. Dat maakt in dit geval dat aan hiervoor genoemde verklaringen hoe dan ook weinig bewijswaarde toekomt. Nu de verklaringen van de verdachte en [naam 4] op onderdelen van elkaar verschillen, op wezenlijke punten niet kunnen worden geverifieerd en het dossier een aanwijzing bevat dat de verklaringen mogelijk op elkaar zijn afgestemd, is de rechtbank van oordeel dat het door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen onvoldoende aanleiding geeft tot nader onderzoek door het Openbaar Ministerie.
Gelet op het voorgaande is er geen andere conclusie mogelijk dan dat de ten laste gelegde Mercedes en Rolex onmiddellijk of middellijk uit enig (eigen) misdrijf afkomstig zijn.