ECLI:NL:RBDHA:2026:9654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid problemen met Taliban
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 21 juli 2022 een asielaanvraag in die door de minister op 16 juli 2025 werd afgewezen. Eiser voerde aan dat hij problemen had met de Taliban vanwege zijn vrijwilligerswerk, mishandeling en familieomstandigheden. De rechtbank behandelde het beroep op 13 maart 2026.
De rechtbank oordeelt dat de minister de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig acht, evenals zijn deelname aan een vaccinatieprogramma. Echter, de minister vond de problemen met de Taliban vanwege het vrijwilligerswerk en de toespraak van zijn vader ongeloofwaardig. De rechtbank neemt aanvullende stukken mee, ondanks dat deze laat zijn ingediend.
Eiser stelde dat zijn broer slachtoffer was van mishandeling en dat activiteiten van zijn broer aan hem zouden worden toegedicht, maar de rechtbank vindt dat de minister dit element terecht heeft betrokken bij de beoordeling. De minister mocht de verklaringen van eiser over de wijze waarop de Taliban op de hoogte raakte van zijn activiteiten als tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd beoordelen.
Ook de beweringen over de toespraak van zijn vader en de bezoeken van Taliban-commandant aan zijn schoonouders werden door de minister en rechtbank als onvoldoende aannemelijk beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.