ECLI:NL:RBDHA:2026:9656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker naar Oostenrijk wegens psychische problematiek
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de overdracht naar Oostenrijk te voorkomen zolang de beroepsprocedure loopt.
De voorzieningenrechter constateerde dat verzoeker psychische problematiek heeft en achtte het noodzakelijk dat het Bureau Medisch Advies (BMA) nader onderzoek verricht. Daarom werd het onderzoek in de beroepsprocedure heropend en de minister in de gelegenheid gesteld het BMA in te schakelen.
Verzoeker wilde gelijktijdig uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep, vanwege de onzekerheid rond het asiel- en migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt. De voorzieningenrechter vond het belang van een zorgvuldig BMA-onderzoek zwaarder wegen dan de onzekerheid over de overdrachtstermijn.
De overdrachtstermijn zou op 21 mei 2026 verstrijken, maar de voorzieningenrechter besloot de overdracht op te schorten totdat op het beroep is beslist. De minister werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker ter hoogte van €1.868,00.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De overdracht van verzoeker naar Oostenrijk wordt opgeschort totdat op het beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.