Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 juni 2024 te Waddinxveen, althans in Nederland, meermalen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij, op of omstreeks 25 december 2024 te Waddinxveen, in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere sieraden en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een of meerdere muntstukken, in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
hij, op of omstreeks 1 november 2025 te Waddinxveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, al dan niet met behulp van een breekijzer, althans een voorwerp, een of meerdere ramen en/of raamkozijnen van die woning (gedeeltelijk) heeft gebroken/verbroken/beschadigd en/of heeft geprobeerd open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3.De bewijsbeslissing
De raadsman toont de verdachte de foto op pagina 57, die is genomen op 27 maart 2024. Dat ben ik.
A: Ik ken de jongen van vroeger. Het telefoonnummer van de dealer is [telefoonnummer 1] .
A: Ik nam per keer 1 gram af voor 50 euro, ik betaalde meestal met een tikkie. Ik heb de bank gegevens van hem voor u. [bankrekening 1] te naam van [naam 5] .
Spoornummer: PL1500-2025366865-166114
SIN: AAQW8696NL
Spooromschrijving: Bloed
Wijze veiligstellen: Wattenstaafje
Datum/tijd veiligstellen: 30 oktober 2025 om 09:52 uur
Plaats veiligstellen: Op glasscherf van vloer woonkamer onder verbroken ruiten
SIN: AAQW8695NL
Spooromschrijving: Bloed
Wijze veiligstellen: Wattenstaafje
Datum/tijd veiligstellen: 30 oktober 2025 om 09:30 uur
Plaats veiligstellen: Op buitenzijde glasscherf buitenste ruit onder bij sponning
SIN: AAPW6662NL
Spooromschrijving: Bloed
Wijze veiligstellen: Wattenstaafje
Datum/tijd veiligstellen: 30 oktober 2025 om 09:36 uur
Plaats veiligstellen: Op glasscherf van vloer woonkamer onder verbroken ruiten
woonkamer onder
verbroken ruiten
minimaal één persoon;
- [de verdachte]
Op buitenzijde glasscherf
buitenste ruit onder bij
sponning
minimaal één persoon;
- [de verdachte]
Op glasscherf van vloer
woonkamer onder
verbroken ruiten
minimaal één persoon;
- [de verdachte]
hij, in de periode van
26 januari 2024 tot en met 17 mei 2024in Nederland, meermalen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij, op 1 november 2025 te Waddinxveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2]
,toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, al dan niet met behulp van een breekijzer, een of meerdere ramen en/of raamkozijnen van die woning (gedeeltelijk) heeft gebroken/beschadigd en heeft geprobeerd open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
aan de[adres 4] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, geld en/of goederen van zijn gading dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak met behulp van een breekijzer een of meerdere ramen en/of raamkozijnen van die woning (gedeeltelijk) heeft gebroken/beschadigd en heeft geprobeerd open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregelen
€ 1.202,66, bestaande uit materiële schade.
€ 1.207,57, bestaande uit materiële schade.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
€ 1.202,66, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 november 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald
,ten behoeve van [benadeelde 2] ;
€ 1.207,57 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 29 oktober 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 3] ;
€ 1.207,57, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald
,ten behoeve van [benadeelde 3] ;