ECLI:NL:RBDHA:2026:9684

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
11402033 RL EXPL 24-21771
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 EU-verordening 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering passagiers wegens buitengewone omstandigheid bij vluchtannulering TUI

Passagiers hadden een pakketreis geboekt met TUI voor vlucht OR 3973 van Amsterdam naar Banjul en Dakar op 14 november 2022. De vlucht werd geannuleerd vanwege door Schiphol opgelegde capaciteitsbeperkingen, waarbij het aantal passagiers sterk moest worden teruggebracht.

De passagiers vorderden een vergoeding van € 600 per persoon op grond van EU-verordening 261/2004 wegens annulering, met aanvullende kosten en rente. TUI voerde verweer dat sprake was van een buitengewone omstandigheid en dat zij redelijke maatregelen had getroffen om de annulering te voorkomen.

De rechtbank oordeelde dat de capaciteitsbeperking op Schiphol een buitengewone omstandigheid vormt. TUI hoefde niet te bewijzen dat specifiek deze vlucht moest worden geannuleerd, omdat de keuze daartoe een complexe afweging is. Verder heeft TUI voldoende redelijke maatregelen genomen door alternatieve vluchten aan te bieden, die niet eerder beschikbaar waren.

Daarom werden de vorderingen van de passagiers afgewezen en werden zij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. N.F.H. van Eijk op 21 april 2026.

Uitkomst: De vorderingen van de passagiers worden afgewezen wegens buitengewone omstandigheid en voldoende redelijke maatregelen door TUI.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
NvE/c
Zaaknummer: 11402033 \ RL EXPL 24-21771
Vonnis van 21 april 2026
in de zaak van

1.[eisers sub 1],

2. [eisers sub 2],
beiden wonende te [woonplaats 1],
3. [eisers sub 3],

4. [eisers sub 4],

beiden wonende te [woonplaats 2],
5. [eisers sub 5],

6. [eisers sub 6],

beiden wonende te [woonplaats 3],
gemachtigde: mr. C.E. Dupain,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: de passagiers,
tegen
TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI),
gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 oktober 2024 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met producties,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eisers sub 1] en [eisers sub 2] hadden een (pakketreis)overeenkomst gesloten, waarin een boeking zat voor TUI-vlucht OR 3973 van Amsterdam Schiphol naar Banjul (Gambia) op 14 november 2022.
2.2.
[eisers sub 3], [eisers sub 4], [eisers sub 5] en [eisers sub 6] hadden een (pakketreis)overeenkomst gesloten, waarin een boeking zat voor TUI-vlucht OR 3973 van Amsterdam Schiphol naar Dakar (Senegal) op 14 november 2022.
2.3.
De slot coördinator van Schiphol heeft op 19 september 2022 een local regulation afgekondigd waarin het vervoer van het aantal passagiers tot en met oktober 2022 sterk werd gereguleerd. Eind september 2022 is een nieuwe instructie gegeven om het aantal passagiers tot eind januari 2023 te beperken.
2.4.
Op 13 oktober 2022 heeft TUI van de autoriteiten opgelegd gekregen dat zij het aantal van Schiphol te vervoeren passagiers op 14 november 2022 moest terug brengen met 1.479 passagiers.
2.5.
TUI heeft de passagiers meegedeeld dat hun vlucht OR 3973 van 14 november 2022 is geannuleerd. Aan de passagiers is een alternatieve pakketreis inclusief andere vluchten aangeboden.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 4.085, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
De passagiers leggen aan hun vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, hen recht geven op een vergoeding van € 600 per persoon in verband met de annulering van hun vlucht van Amsterdam naar Banjul respectievelijk Dakar. TUI heeft niet onderbouwd dat zij instructies heeft gekregen om deze specifieke vlucht te annuleren. Bovendien beschikte de aangeboden vervangende vlucht niet over voldoende stoelen. Omdat betaling uitbleef hebben de passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 485. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd.
3.3.
TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de passagiers in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Buitengewone omstandigheid aangetoond
4.1.
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
4.2.
Niet in geschil is dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd. Dit betekent dat TUI de passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid. Een capaciteitsbeperking van de luchthaven kan een buitengewone omstandigheid zijn als een luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, gelet op de duur en de mate van de beperkingen, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan.
4.3.
De kantonrechter volgt TUI dat sprake is van een buitengewone omstandigheid. De slot coördinator van Schiphol heeft op 19 september 2022 een zogenaamde ‘local regulation’ afgekondigd, waarbij over een ruime periode het aantal passagiers moest worden teruggebracht. Deze regulation is eind september 2022 verlengd tot eind januari 2023. TUI is gehouden die instructie op te volgen. Anders dan de passagiers hebben gesteld hoeft TUI niet te onderbouwen dat die instructie inhield dat specifiek de onderhavige vlucht moest worden geannuleerd. Dat is immers een afweging die alleen de luchtvaartmaatschappij kan maken. TUI heeft daarbij gewezen naar andere uitspraken waar is overwogen dat een capaciteitsbeperking een lastige situatie is, waarbij veel passagiers en vluchten omgeboekt of geannuleerd moeten worden. De keuze welke vluchten geannuleerd worden is een complexe afweging, omdat verschillende vluchten met elkaar samenhangen en van bepaalde bestemmingen minder alternatieve vluchten vertrekken dan van andere bestemmingen. Naast de algemeen opgelegde local regulation heeft TUI onweersproken gesteld dat zij op 13 oktober 2022 een nadere precisering kreeg van het aantal passagiers dat gereduceerd moest worden in de maand november. Het is vervolgens aan TUI welke vlucht wordt geannuleerd om die reducering te bewerkstelligen.
Redelijke maatregelen
4.4.
Resteert de vraag of TUI alle redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering voor de passagiers te voorkomen. De passagiers stellen dat de alternatieven die zijn geboden niet beschikbaar waren en niet de eerste gelegenheid waren. TUI heeft dit betwist.
4.5.
De kantonrechter volgt TUI in haar betoog dat niet alleen zij haar aantal passagiers moest verminderen, maar dat ook alle andere luchtvaartmaatschappijen die opdracht hadden gekregen. Het verplaatsen van de passagiers naar een andere vlucht vanaf Schiphol was dan ook niet mogelijk. Het verplaatsen naar andere luchthavens was beperkt. De eerst beschikbare vluchten naar de bestemming zijn de passagiers aangeboden. [eisers sub 1] en [eisers sub 2] hebben daar geen gebruik van gemaakt, maar de andere vier passagiers wel. Anders dan de passagiers hebben gesteld volgt uit het overzicht van productie 6 bij repliek niet dat er eerdere vluchten beschikbaar waren. Terecht voert TUI aan dat de gegevens waarop ‘Chatgpt’ zich heeft gebaseerd niet te verifiëren zijn. Daarnaast blijkt uit de genoemde vluchten niet of er nog beschikbare stoelen aanwezig waren. TUI heeft dan ook alle redelijke maatregelen genomen die van haar verwacht mochten worden.
4.6.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen en de nevenvorderingen van de passagiers zullen worden afgewezen.
4.7.
De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TUI worden begroot op:
- salaris gemachtigde
579,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
720,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van de passagiers af,
5.2.
veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.